PlatenspelerRecensie

PTP Audio Solid12 platenspeler

Schick

Ik kreeg de Solid 12 draaitafel thuis met een Thomas Schick arm. Een wonder van simpelheid. Een 12” lange pook, mooi gelagerd met kogellagertjes. Geen dwarsdrukcompensatiegedoe er aan, geen gekalibreerde naaldkrachtinstelling, niks nada. De naalddruk stel je in door het contragewicht te verschuiven en vast te schroeven op de gewenste positie. De naalddruk zelf meet je met een naalddrukweger. Geen punt, zelfs de digitale zijn al lang niet duur meer.

PTP Lenco Schick armSchick modelleert zijn arm min of meer aan de klassieke EMT’s. Hoe langer de armlengte hoe kleiner de hoek van de arm ten opzichte van de het element hoeft te zijn en hoe lager de importantie van de dwarsdrukcompensatie wordt. Hoe vaak is de wijze van dwarsdruk compenseren niet erger dan de kwaal? Als het met het aloude ‘draadje gewichtje’ principe wordt gedaan ziet dat er interessant uit, maar de beugel waar de draad over loopt geeft van zichzelf ook wrijving.

Een gewichtje onder een hoek dat door de over de plaatgroef naar binnen lopende arm naar beneden wordt gedrukt moet zelf wel een heel mooie lagering hebben om fatsoenlijk zonder horten of stoten te kunnen werken.

Een contact loze magnetische compensatie, zoals je die vind op de armen van bijvoorbeeld spelers van Thorens en Dual, is in principe het mooiste, maar hoe weet je of die ten alle tijden optimaal staat ingesteld? Het is toch vaak een beetje rommelen in de marge. Dan is een lange arm zonder toeters of bellen, waarin door de hogere arm massa alleen elementen met een lagere compliantie kunnen worden ingezet, niet eens zo’n slecht idee. Wat er niet is kan ook niks verpesten, niet? Een beetje kort door de bocht natuurlijk, maar met deze combinatie van Schick en gemodde Denon DL-103 heb ik bij geen enkele plaat last gehad dat de naald de groef niet goed kon volgen en/of vervormde bij harde modulaties.

Denon DL-103

Denon 103 in nieuw jasjeEen regelrechte klassieker die nog steeds actueel is. Het element kost je niet de wereld en klinkt veel beter dan zijn aanschafprijs doet vermoeden. Voor de naald wordt de basale conische vorm gebruikt. Geen ellips, Shibata, Fine Line, Contact line, of hoe die verschillend geslepen aftastpunten ook mogen heten, rond was het en rond is het nog steeds. Ik kreeg naast de 103 met de standaard naald ook nog een 103 waarin een andere cantilever en fine line achtige naald was gezet. Deze laat inderdaad meer detail horen, een meer ‘hi-fi’ geluid, zoals Peter me vooraf vertelde. Maar om nou te zeggen dat de verschillen wereldschokkend zijn? De wat rondere sound met de originele conische naald kan me eerlijk gezegd zeer bekoren. Ik heb in ieder geval niet het gevoel dat ik daar iets mee mis.

Cultstatus

De Denon DL-103 heeft inmiddels een cultstatus bereikt en heeft bijna alle modellen die na dit element door Denon op de markt zijn gebracht overleeft. Dat betekend in de wondere hi-fi wereld onder andere dat er een groeiende groep mensen mee bezig gaat om er het een en ander aan te proberen te verbeteren. Modificeren heet dat in hi-fi jargon. Voor anderen niet zelden het synoniem van ‘verprutsen’. In dit geval gaat het echter om één van de weinige zwakke punten van de standaard DL-103 er uit te halen: de dunne plastic behuizing van de DL-103.

Denon DL 103 origineelDat weten ze bij Denon zelf ook wel. Je kunt ook een luxere uitvoering kopen waarin met wat rubbertjes de behuizing wordt gedempt. Maar ja, waarom niet meteen die gammele kast verwijderen en het fraaie binnenwerk (tot op de dag van vandaag wordt iedere 103 gewoon met de hand gemaakt, en nog binnen behoorlijk nauwe toleranties ook!) in een nieuwe stevige aluminium of houten frame zetten? Laat de plastic behuizing er nou nog redelijk simpel zijn af te halen ook.

Inmiddels zijn er meerdere aanbieders van huisjes voor de 103. Meestal ligt de prijs zo rond de 100 euro. Lijkt veel geld, maar het zijn vaak mooi gefreesde miniatuurtjes. En zelfs met de aanschaf van een dergelijk huisje bij de aanschaf van het element opgeteld blijft het totaalbedrag ongekend redelijk voor de geboden kwaliteit. Vertrouw je jezelf niet met een delicaat klusje als dit, dan is er bijvoorbeeld bij de luidsprekerspecialist ‘Zu’ een kant en klaar omgebouwde DL-103 te koop. Wel een stuk prijziger dan het zelf doen natuurlijk.

De twee DL-103’s die ik bij de PTP Audio draaitafel heb zijn in een zilver en goudkleurig geanodiseerd aluminium huisje gelijmd. De onderkant toont het naakte element dat laat zien wat voor fraai stukje ambacht het het maken van een MC element toch is.

Luisteren

Bij het starten van de motor valt de stille werking op. Het dikke zware chassis van de PTP lijkt een zwaar zegenende werking te hebben op het temmen van de energie van dit grote motor/ tussenwiel concept. Met het oor dicht bij de kast is er nog niks te horen. Dat was vroeger, toen de dunne kastjes nog de mode waren, toch wel anders, meen ik me te herinneren. Oorspronkelijk hebben Lenco spelers een rem die het plateau snel tot stilstand moet brengen als de speler uit wordt gezet. Peter heeft al die min of meer overbodige dingen niet meer gebruikt. Bij het uitdraaien merk je hoeveel kracht er in het zware vliegwiel zit. Samen met de overgedimensioneerde motor zorgt het tussenwiel voor een heel directe rigide overbrenging.

Elastiekje

Leden van de tussenwielkerk zeggen vaak dat een snaar bij een snaar aangedreven loopwerk (waar anders) door zijn elasticiteit altijd een wat vage verhouding geeft tussen motor en draaiplateau. Onderschat nooit de remmende werking die door luide groefmodulaties worden veroorzaakt.

Leest voor uit eigen bundel…

Michell MycroDaar kan ik zelf nog een leuk verhaaltje over vertellen. Voor ik een Michell Gyro had stond er een Mycro van dezelfde fabrikant op mijn rek. Een mooi gemaakte speler met één echt opvallend zwak punt: de waardeloze kleine AC motor, het ding zal niet meer dan een paar euro van het budget hebben gebruikt. Daar zou ik eens even wat aan doen. Een echt mooi DC motortje geregeld, ingebouwd, de pulley overgezet en de snaar er weer op. Nou nou, bij iedere zware piano aanslag zakte de snelheid in elkaar, dat terwijl de motor geen lullig prulding was en het draaiplateau meer dan voldoende vliegwielwerking leek te hebben. Ik heb er vervolgens een servomotor ingebouwd, uit een oud Sony cassettedeck. Dat ging een stuk beter. Het maakt de Michell weer toonvast.

Op en neer

Bij het monitoren van de spanning op de motor bleek de mate van compensatie die de servo schakeling bij moest regelen veel groter dan ik vooraf had gedacht. Bij harde groefmodulaties moest de voedingspanning aardig omhoog worden gedraaid. Je kunt je dan afvragen of een dergelijke servo snel genoeg is in het bijregelen. Op het oor waren de problemen overwonnen, maar het geeft wel stof tot nadenken. Het zegt in ieder geval wel iets over het belang van een motoraandrijving.

Ik kan me dan ook wel een beetje inleven in de mening dat de min of meer flexibele rubbersnaar niet altijd een even rigide koppeling vormt tussen motor en draaiplateau.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is in de eerste plaats een muziekliefhebber met een voorkeur voor de analoge weergave, zijn platenspeler, de tape en cassettedecks en (goed ontworpen) hoornluidsprekers. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media. Daarnaast schreef hij vele recensies voor de hi-fi bladen HVT en Vi-fi. Dick's adagio is: 'Een dag geen muziek is een dag niet geleefd'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.