McIntosh MC275 eindversterker

Meten

Dank zijn de Unity Gain configuratie van de eindtrap komt er meer uitgangsvermogen uit de versterker dan normaal uit een paar KT88 buizen op deze voedingspanning. Bij het 1% THD+n omslagpunt kom ik op 78 watt per kanaal. De THD+n is voor een buizenbak toch netjes: 0.12% bij 1 watt in 8 Ohm. Bij een blik op de FFT THD+n plaatjes blijkt ook nog dat de hoogte daarvan hoofdzakelijk op het conto van de even (tweede) harmonische komt. De versterker heeft dus niet alleen het klankkarakter dat me sterk aan een single ended versterker doet denken, hij meet ook nog zo. Dit zie ik graag mag ik zeggen. De 50 en 100 Hz residu’s uit de voeding liggen ook keurig laag met 50 Hz op -78 dB en 100 Hz op -88 db, beide gerelateerd aan 1 watt uitgangsvermogen in een 8 Ohm belasting op de speakerterminals. Deze McIntosh buizeneindbak is even stil dan een gemiddelde solid state collega. Wie zei daar dat buisversterkers brom en ruisbakken zijn? Mond spoelen a.u.b…

De frequentierespons is mooi glad met het -3 punt in het hoog op 80 kHz. De transformatorresonatie ligt ver boven dit gebied. Je kunt nog net zien dat de lijn boven 200 kHz weer op gaat lopen.  Met de eindtrap in de Unity Coupled schakeling zou de uitgangimpedantie van de versterker een stuk lager moeten uitvallen dan bij een normale pentodeversterker. In andere woorden: de dempingfactor zal beduidend hoger moeten zijn doordat de inwendige weerstand van de eindbuizen in de schakeling sterk naar beneden wordt getrokken dank zij de strakke kathodetegenkoppeling van deze schakelwijze. Dit is niet geheel 1:1 te meten omdat er ook nog overall feedback gebruikt. Die zorgt ook voor een lagere uitgangsimpedantie van de versterker. Met een gemiddelde df van 14 zitten we in ieder geval aan de hoge kant voor een buizenversterker, wat zegenend zal werken bij een wat wispelturiger luidsprekerbelasting. De MC275 zal niet snel schrikken van een aangesloten luidsprekersysteem en deze normaal goed onder controle kunnen houden.

De gemeten liniariteit, waarbij de amplitudeverhouding tussen uit en ingang van heel klein tot aan vol vermogen gemeten wordt, ziet er voortreffelijk uit. Een rechte lijn waarbij de kleine signaaltjes beneden -90 dB langzaam in de ruis verdwijnen. Het laat ook zien dat de uitgangtransformatoren bovengemiddeld goed op hun taak berekend zijn. Er is geen spoor van kernverzadiging te vinden. Een lineariteittest bij een 70 Hz frequentie geeft vaak boeiende dingen te zien. Komt er een knik in de lijn, of loopt die weg van het rechte pad, dan betekend dat dat de versterker de kleine of grotere signalen zwakker of sterker doorlaat. Dat willen we liever niet. Het is een test die ik sinds een paar jaar gebruik, na een tip van Menno van der Veen, de man die de ringkern uitgangstransformatoren tot volwassen audioprestaties wist te brengen.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

Eén gedachte over “McIntosh MC275 eindversterker

  • 07 mei 2015 om 23:31
    Permalink

    Een van mijn beste gehoormatige aankopen, is een set buizen monoblokken geweest. Deze zijn gebouwd volgens het hard-wired principe en authentiek gerestaureerd. Deze set heb ik gekocht, nadat ik in de gelegenheid was diverse soorten van versterking met elkaar te kunnen vergelijken. Ik heb moeten beloven, als ik ze ooit weg doe, ze weer terug te verkopen aan de verkoper. Maar ze zijn niet te koop!
    Ze brengen een soort van levendigheid en natuurlijkheid in de muziek, die ik bij solid-state nog nergens gehoord heb. Deze levendigheid komt vooral tot uiting in het o-zo-belangrijke middengebied, waarin zich juist de meeste informatie bevind.
    Zou deze levendigheid door het hard-wired fenomeen worden veroorzaakt?
    Wil

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *