McIntosh MC275 eindversterker

Een beetje techniek

De versterker heeft een schuifschakelaar waarbij je kiest tussen single ended cinch of gebalanceerd in via XLR. De naam zegt het al: de XLR biedt de versterker ingang van nature al een rechtdoor en een 180 graden gedraaid signaal aan. De fasedraaiing moet dan al ergens in het voortraject gemaakt. Dat kan in de bron zijn, of in de voorversterker. In dat geval wordt er natuurlijk geen fasedraaier meer gebruikt in de eindversterkers.

MC275_binnenkant2Bij het aansluiten op de cinch ingangen is het signaal single ended en is er wel een fasedraaier in de eindversterker nodig. Dat wordt per kanaal gedaan met een zogenaamd ‘unity gain’ trapje, rond een 12AX7 dubbelbuisje, waarvan de versterkingsfactor strak is ingesteld op ‘1’ maar de fase tussen in en uitgang wel 180 graden is gedraaid. Simpel en doeltreffend rond een klassieke geaarde kathode schakeling: stuurrooster in, anode uit.

De MC275 kan ook als mono versterker worden gebruikt, waarbij het uitgangsvermogen kan worden verdubbeld. Daarvoor is er een schakelaartje ‘stereo/mono’. In de laatste stand moeten de speakerterminals parallel worden geschakeld zodat een echte monoblok versterker ontstaat. Maar bi-ampen lijkt me in dat geval zeker zo boeiend, met het ene versterkerkanaal op de laagweergever en het andere op het mid/hoog aangesloten. Tenminste, als de speakersystemen gescheiden aansluitingen voor laag en midden heeft.

De voeding laat ook een paar boeiende dingen zien. De trafospanning wordt gelijkgericht met een solid state brug. Daar achter wordt gebufferd met een tweetal 680 uF elco’s van Vishay BC die in serie geschakeld staan. Dat halveert de totale capaciteit tot een nog steeds royale 340 uF. Hierachter wordt de voedingspanning verder opgeschoond met een LC buffer met een smoorspoel en nogmaals 340 uF. Dit is ruim afdoende voor een mooie schone voedingspanning. Tenminste, voor een buisschakeling…

Niet genoeg?

Dat lijkt voor de hardcore solid state techneut wat weinig capaciteit voor het voeden van een stevige stereo eindversterker, maar vergeet niet dat bij een buisversterker als hier een voedingspanning van bijna 500 volt wordt gebruikt. De gevraagde stroom is daardoor proportioneel laag vergeleken bij die in een gemiddelde transistor powerversterker die met een voedingspanning van 45, 50 volt werkt. Even een simpel voorbeeldje om het helder te maken. Het is bij de voeding zoals alles in het leven: het komt uit de lengte of uit de breedte. Wil je bijvoorbeeld 100 watt aan de speakers zien en je hebt een voedingspanning van 50 volt, dan heb je 50×2=100 watt uit de voeding nodig. Let wel: in een ideale wereld die alleen in films bestaat. Stel het rendement van de versterker op 50%, dan trek je al 4 ampère uit de voeding, per kanaal, bij maximaal uitgangsvermogen. Dan heb je een grote elco capaciteit nodig om de voeding nog enigszins rimpelarm te houden.

Bij een hoge voedingspanning van 500 volt heb je maar 200 mA aan stroom nodig om aan die 100 watt te komen. Even het rendement van een klasse AB versterker er bij in calculeren en je komt voor een 100 watt dikke buizenbak op een stroomvraag van pakweg 400 mA, ofwel 0,4 Ampère. Dat maakt nogal een verschil! Bij een buisversterker met uitgangstrafo wordt pas vlak voor de luidsprekeraansluitingen de hoge AC (het muzieksignaal) wisselspanning uit de eindbuizen naar een lage getransformeerd en daarbij de lage stroomsterkte naar een hogere.

KT88

Hieruit worden de eindtrappen met de 2×2 KT88 eindbuizen gevoed. De voedingen voor de voortrappen worden hier weer verder van af geleid via RC koppelingen, een weerstand plus ontkoppelcondensator. De weerstand zorgt voor de gewenste spanningval, maar in samenwerking met de achterliggende condensator ook voor het nog verder opschonen van de spanning. Zo wordt er uit één voedingschakeling, plus een handvol weerstanden en condensatoren, 475, 375 en 200 volt gemaakt. Maar er is meer. De stuurtrap voor de eindbuizen heeft in de McIntosh Unity coupled schakeling een hoge negatieve spanning nodig. In de MC275 wordt het kathodecircuit naar maar liefst -400 volt getrokken. Ook deze spanning wordt van dezelfde voedingtrafotap gehaald, middels een zogenaamde spanningverdubbelaar. Een handig schakelingetje van twee condensatoren en twee diodes.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

Eén gedachte over “McIntosh MC275 eindversterker

  • 07 mei 2015 om 23:31
    Permalink

    Een van mijn beste gehoormatige aankopen, is een set buizen monoblokken geweest. Deze zijn gebouwd volgens het hard-wired principe en authentiek gerestaureerd. Deze set heb ik gekocht, nadat ik in de gelegenheid was diverse soorten van versterking met elkaar te kunnen vergelijken. Ik heb moeten beloven, als ik ze ooit weg doe, ze weer terug te verkopen aan de verkoper. Maar ze zijn niet te koop!
    Ze brengen een soort van levendigheid en natuurlijkheid in de muziek, die ik bij solid-state nog nergens gehoord heb. Deze levendigheid komt vooral tot uiting in het o-zo-belangrijke middengebied, waarin zich juist de meeste informatie bevind.
    Zou deze levendigheid door het hard-wired fenomeen worden veroorzaakt?
    Wil

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *