McIntosh MC275 eindversterker

De McIntosh MC275 in 2011

MC275_rechtvoorNeem bijvoorbeeld de MC30 en MC60 uit de eerste helft van de jaren vijftig. Ondanks de even zo veel verschillen met de hier besproken ‘MC275’ zijn de familietrekken ook meteen herkenbaar aan de ‘skyline’ van transformatorbehuizingen en buizen op het lage chassis. De huidige MC275 heeft moderne cinch, XLR en luidsprekerterminals, en niet de typische terminals voor kleine spades die we op de klassieke versterkers zien. Wat ‘m gemakkelijker inzetbaar maakt. Door de vorm en vooral doordat de netkabel aan de ene kant zit en de in en uitgangen aan de tegenovergestelde kant is het even zoeken naar een bruikbare opstelling.

Het is geen typische audiorekversterker hoewel ik wel een mooi plekje voor ‘m had op de onderste plank waar ik normaal ook m’n eindversterkers heb staan. Natuurlijk zitten die niet klem tussen twee planken maar is er voldoende ruimte tussen de planken. Ik heb Solid Tech audiorek, waarmee de spaties tussen de plankennaar wens te variëren is door met de verschillende pilaarlengtes te spelen. Erg praktisch… zo kan de McIntosh MC275 eindbak op de onderste plank en de C2300 voorversterker, met z’n niet alledaagse flinke afmetingen en hoogte nog heel fatsoenlijk op de op een na bovenste. Voor een prettige bediening en het goed in het oog staan. Als je een Mac in het rek hebt, wil je er ook af en toe een blik op werpen. ‘Proud of ownership’, weet je nog? Hoewel bij mij het om tijdelijk ‘usership’ ging natuurlijk… Maar wie weet komt er eens nog eens een dag dat …

Compact gebouwd

De MC275 is redelijk compact, en prima hanteerbaar. Alleen een beetje looiig qua gewicht met ruim 30 kg. Wat wil je, met het ijzer van drie fikse transformatoren en een RVS chassis. De afmetingen zijn eigenlijk een voor audio gewone 42 cm bij 30 cm, maar dan in een niet gewoon jasje met frontplaat en achterkant. De hoogte wordt door de trafo’s bepaald op 21 cm.

De voeding en beide uitgangstransformatoren staan in een rij aan de ene kant, daarnaast, of daarvoor de KT88 eindbuizen en vervolgens de rij 12AX7 (ECC83) en 12AT7 (ECC81) voorbuizen. Ja, de MC275 is een echte volbloed buizenbak. Er zijn geen hybride schakelingen gebruikt. Wel in de C2300 voorversterker, maar daar komen we later uitgebreid op terug. Er zijn zowel aansluitingen voor cinch als gebalanceerd XLR. Luidsprekeraansluitingen voor 4, 8 en 16 Ohm. De afwerking is zoals je mag verwachten superbe.

Maar het meest opvallende is natuurlijk niet vanaf de buitenkant zichtbaar. Dat is de McIntosh Unity Coupled schakeling. Kort door de bocht genomen worden de eindbuizen daarmee stevig onder controle gehouden door zowel de anode als kathode met identieke wikkelingen op de uitgangstrafo te koppelen. In het verhaal: ‘Eindversterkers met buizen, de soorten en maten’ op deze site kun je er wat meer over lezen, in vergelijk met andere veel gebruikte schakelingen.

De binnenkant

De binnenkant toont overzichtelijk en opgeruimd. Een verstevigingsplaat verdeeld de binnenzijde in twee delen en schermt meteen de gevoelige delen mooi af voor instraling vanuit de voedingstrafo. Onder de buizensectie is één grote pcb geplaatst met daarop zowel de versterker als voeding elektronica. Dit in tegenstelling tot het gebruik van hardwire ‘point to point’ bedradingstechniek uit vroegere jaren, waarbij ieder component van ‘punt naar punt’ met losse bedrading aan elkaar wordt gesoldeerd, worden er anno nu pcb’s (printplaat) toegepast. Er zijn niet zoveel fabrikanten meer die hardwiren. Om commerciële reden begrijpelijk, zeker als de apparatuur niet in het verre oosten wordt gebouwd. Je bent zelfs als ervaren monteur zo een paar dagen aan het monteren en bedraden terwijl pcb’s netjes van te voren geassembleerd, gesoldeerd en gemonteerd en getest kunnen worden.

MC275_binnenkant3

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

Eén gedachte over “McIntosh MC275 eindversterker

  • 07 mei 2015 om 23:31
    Permalink

    Een van mijn beste gehoormatige aankopen, is een set buizen monoblokken geweest. Deze zijn gebouwd volgens het hard-wired principe en authentiek gerestaureerd. Deze set heb ik gekocht, nadat ik in de gelegenheid was diverse soorten van versterking met elkaar te kunnen vergelijken. Ik heb moeten beloven, als ik ze ooit weg doe, ze weer terug te verkopen aan de verkoper. Maar ze zijn niet te koop!
    Ze brengen een soort van levendigheid en natuurlijkheid in de muziek, die ik bij solid-state nog nergens gehoord heb. Deze levendigheid komt vooral tot uiting in het o-zo-belangrijke middengebied, waarin zich juist de meeste informatie bevind.
    Zou deze levendigheid door het hard-wired fenomeen worden veroorzaakt?
    Wil

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *