De C2300 kan evenals de MC275 uitstekend in combinatie worden ingezet met zowel McIntosh als die van andere fabrikanten. - Audio-Creative

McIntosh C2300 voorversterker

Luisteren

Het karakter van het geluid van de C2300 mag je als aardig neutraal bestempelen. Niet typisch ‘buizenwarm’, maar ook niet (te) opdringerig analytisch. Zeker, de klank is voor mij, sinds jaar en dag buisgebruiker, wel degelijk typisch ‘buis’: smeuïg, vloeiend, korrelvrij, gemakkelijk in het oor.

Ik moet er bij zeggen dat ik bij buizenbakken die me een overdreven ‘cremekleurig’ geluid laten horen, een eigenschap dat veel mensen nog steeds standaard toekennen aan buizenversterkers, eerst altijd even ga kijken waar in de schakeling de boel gemanipuleerd wordt om deze sound te maken. Een ‘overwarme’ sound kun je namelijk maken door de buis in de schakelingen ‘te knijpen’ waardoor meer even harmonische geproduceerd worden. Een tegenhanger van de zogenaamde ‘audio enhancer’ die vaak bij het masteren van oude tapes wordt gebruikt om de boel wat op te frissen door oneven harmonischen toe te voegen aan het oorspronkelijke geluid. Beide methodes kun je natuurlijk gebruiken om het geluid aangenamer te maken, er is ook niks Illegaals aan, maar het wijkt wel veel af van de ‘rechte draad met versterking, die veel verantwoorde ‘audiofielen’ zo graag zien.

C2300_in_audiorek2

Toch zijn er naast de aangehaalde positieve eigenschappen wel degelijk ‘C2300 eigen’ karaktertrekken te herkennen. Je mag het een voorversterker met een ‘big tone’ noemen, zoals Amerikanen het zo mooi kunnen zeggen. Groots en gemakkelijk in het gehoor. Het geluid staat werkelijk kamerbreed, tot ruim buiten de speakergrenzen, met een mooie dieptewerking.

Het geluid deed me een beetje denken aan een voorversterker die ik eerder dit jaar in huis had. Een Accustic Arts Tubepreamp II. Ook een apparaat die me een aantal van mijn door de jaren heen opgebouwde ‘onwrikbare’ conclusies heeft moeten laten bijstellen. Ook een heerlijk apparaat. In uiterlijke verschijning zijn de AA en de Mac verschillende als een appel en een peer maar binnen in de apparaten zie ik in grote lijnen dat dezelfde schakelwijzen worden gevolgd. Twee in cascade geschakelde ECC83 buishelften met een flinke overall negatieve tegenkoppeling om de hoge gain te beteugelen en de vervorming en ruis te minimaliseren. Zo uit de jaren vijftig van de vorige eeuw weg gelopen. Waar McIntosh in de C2300 een buffer met een enkele transistor toepast als alternatief voor de kathodevolger die de vorige generatie Mac’s nog gebruiken heeft Accustic Arts een in unity gain geschakelde opamp ingezet.

Begrijp me goed: het laatste wat ik wil is deze sympathieke oosterbuur van gemakkelijk na-apen te betichten. Integendeel: is niet zo’n beetje alles op het gebied van buizenversterkers al in de ‘gouden eeuw’ van de buis uitgevonden. En waarom zou je geen inspiratie mogen putten uit die rijke cultuurschat? Er zijn vele bladzijdes te vullen met buizenbakken die op dezelfde schakeltechniek gebouwd zijn. Het is gewoon leuk om te zien dat ook de latere generatie audiofabrikanten hun inspiratie halen uit de klassiekers die in de jaren 40, 50 en 60 het grote pionierswerk op audiobuizengebied hebben gedaan.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.