Klasse D versterkers, door Dick van de Merwe (triodedick)

Klasse D versterkers

Werking van de klasse D versterker

Hoe werkt het klasse D principe? Kort door de bocht gezegd: Het te versterken ingangssignaal, bij ons dus het muzieksignaal, wordt in stukjes gehakt, of gemoduleerd, om het met een mooier woord te zeggen. Net zoals het bij AM radio gebeurd. Er wordt een draaggolf gebruikt die zo tussen 200 á 400 kHz zal liggen, een veelvoud van de hoogste audiofrequentie van 20 kHz. Deze draaggolf wordt er aan het eind van de versterker weer uitgefilterd met een laagdoorlaatfilter.

Eerst in mootjes hakken zorgt voor koelte

Klasse D principe (bron IRF)Waarom wordt het signaal in mootjes gehakt? De gedachte hier achter is dat bij een ‘normale’ versterkerschakeling de uitgangstransistoren continu wisselen in geleiding, afhankelijk van de aansturing. Als een vermogenstransistor half in geleiding staat wordt de overige helft in warmte omgezet. Vandaar de dikke koelprofielen die je op versterkers ziet. Wist je dat als je een solid state versterker statisch op eenderde van zijn maximale uitgangsvermogen instelt, je binnen de kortste tijd de handen niet meer aan de koelprofielen kunt lijden. En al die verstookte hitte komt niet als muziek bij je luidsprekers. Nu is muziek niet statisch maar dynamisch, dus valt het bij een klasse AB ingestelde eindtrap qua warmteontwikkeling wel mee, maar je begrijpt dat het rendement van de conventionele versterkertechniek niet optimaal is.

Extreem rendabel

Mark Levinson No 53Bij de continu tussen maximaal en minimaal schakelende powertransistoren, of Mosfets, bij een klasse D versterker staan deze nooit half af te knijpen. En in beide standen wordt geen warmte in deze halfgeleidercomponent zelf verstookt. Het signaal wordt gestopt óf helemaal doorgelaten. Het is dat de snelheid waarmee een Mosfet kan schakelen niet oneindig snel is, anders zou je theoretisch 100% rendement uit een eindtrap halen. In de praktijk wordt echter al boven 90% gescoord. Dat verklaard waarom een schakelende versterker zo compact kan worden gebouwd en met een minimum aan externe koelprofielen toe kan. In rust worden er maar een paar wattjes in warmte opgestookt. Het is echt apart als je na een dag muziek luisteren, en het mag dan best lekker luid zijn geweest, je hand op de kast legt en die gewoon nog koud aanvoelt. Het is niet zo vreemd dat de groene ridderorde hier een beetje oververhit van enthousiasme van raakt.

Om lekker veilig te werken zou je dit filter, net als bij de CD-speler direct boven 20 kHz in werking kunnen stellen, maar om toch een redelijk frequentiebereik van de versterker te krijgen wordt een filter pas boven 50 kHz actief. Daar ligt ook de reden dat de modulatiefrequentie zo hoog moet zijn. Bij een lagere frequentie is die veel te moeilijk uit het audiosignaal te filteren. Veel steiler analoog filteren kan wel, denk maar eens aan het primitieve analoge brickwall filter in de eerste CD-spelers, maar het tast de muzikale kwaliteit van de versterker te veel aan. Nu kan er een relatief eenvoudig 12 dB/octaaf filter worden toegepast en houdt de versterker toch een acceptabele bandbreedte.

Efficiënt, koel en klein

Audio Research DSi200Om het gemakkelijk te maken gaan we even uit van een ideale situatie: Het gemoduleerde signaal zorgt er voor dat de transistors of FET’s zoals die in moderne schakelende versterkers worden ingezet, niet meer gedeeltelijk in geleiding gaan bij de wisselende uitsturing door het muzieksignaal, zoals dat in de Klasse A, AB of B versterkers gebeurd. Ze staan óf helemaal dicht óf geheel open. De FET wordt zo het elektronisch equivalent van een schakelaar. In de gesloten stand staat er wel een spanning over de FET, maar loopt er geen stroom. In geopende stand loopt er wel stroom, maar is er geen spanningval over de FET. De Wet van Ohm verteld ons dat het verstookte vermogen Spanning x Stroom is. In beide gevallen is de uitkomst dus nul. Dat betekent dat er nooit vermogen in de FET zelf wordt gestookt, en deze dus koud blijft tijdens zijn werk, onafhankelijk van het vermogen dat geleverd wordt. Hypex NC400De eindtrap doet domweg niets anders dan 200.000 tot 400.000 keer per seconde aan- en uitschakelen. In de praktijk is er altijd nog sprake van wat verlies, maar het is een feit dat klasse D eindversterkers een ongelooflijk hoog rendement halen dat ruim boven 90% uit komt. Grote koelprofielen zijn dan ook overbodig geworden. Dat schept mogelijkheden voor kleine behuizingen. Want ook de voedingtrafo kan kleiner worden gekozen dan in een klasse A versterker met evenveel uitgangsvermogen als een klasse D versterker.

Zender

Helaas, we zitten nog met die hoge draagfrequentie waar zo dankbaar gebruik van is gemaakt, die onze versterker tot een soort hoogfrequent zender maakt en die buiten de schakeling een ongewenste parasiet kan worden. Het is niet gemakkelijk om kwijt te raken. Sommigen denken dat alleen een laagdoorlaatfilter voldoende is, wat maar gedeeltelijk waar is. Ja, de speakers zien alleen nog het muzieksignaal, maar verder staat de versterker te sproeien dat het een lieve lust is. Ik heb Hypex UcD400STeen paar jaar terug schakelende versterkers in huis gehad die zo stoorden dat ik de FM tuner, die ook in het audiorek staat niet eens meer kon gebruiken

Het vergt veel vakmanschap van de ontwikkelaar om dit bijproduct binnen de perken te houden. Het printontwerp moet top zijn, om parasitaire capaciteiten uit te sluiten en het filter vlak voor de luidsprekeruitgangen moet optimaal op zijn taak zijn toegerust. Hoge frequenties kruipen als muizen overal tussendoor. Het kan lekken via de voeding, de versterkeringang of zomaar de ruimte instralen. De aangesloten bekabeling kan dan als antenne dienen. Dat is het laatste wat we willen.

Dit proces wordt echter steeds beter gecontroleerd en er zijn hedendaagse klasse D versterkers die nog nauwelijks last hebben van ongewenste neveneffecten. De modules van Hypex bijvoorbeeld zijn daar al heel lang nagenoeg perfect in.

De toekomst van klasse D versterkers

Dat er met klasse D versterkers mooie resultaten kunnen worden gehaald, die ook nog gehoord mogen worden is me wel duidelijk. Maar even duidelijk is dat het met dit principe in verkeerde handen ook goed mis kan gaan. Ook klankmatig. De altijd wat glazige klank die veel schakelende versterkers nog steeds laten horen is niet ieders kopje thee.

ICE Power moduleKlasse D en de compleet in het digitale domein werkende versterkers zullen ongetwijfeld alleen maar beter worden en de toekomstige audioapparatuur compleet gaan domineren. Het is domweg de versterkertechniek van de toekomst. En gemaakt door mensen die hun vak verstaan lijkt me dat ook geen probleem.

Meer info over klasse D vind je onder andere hier:

Hypex
ICEPower

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

26 thoughts on “Klasse D versterkers

  • 19 juli 2012 om 01:46
    Permalink

    Dit soort spul gaat het niet worden.
    Ja, misschien bij mijn tante Mien die half doof is, maar hier komen ze er niet in.
    We hebben het over een zo natuurgetrouw mogelijke geluidsreproductie, en dan gaan we het signaal in stukken hakken, moduleren op een golf van 400kHz, demoduleren en filteren. De schakelende voeding onder de versterkers is het.

    Over de politiek;

    Men stimuleert de aanschaf van hybride auto’s, want rijden op elektriciteit dat is volgens hen toch zó schoon en minimaal belastend voor het milieu!
    Ze snappen het gewoon niet.
    Wie gaat nu een fosiele brandstof verbranden, met de vrijgekomen energie beweging genereren en dát omzetten in elektriciteit?
    Dat moet je transporteren, op en neer transformeren etc… Alleen maar verliezen dus.
    Dan komt het bij je thuis aan en dan moet je de accu in je auto opladen.
    Warmte van de lader, accu’s die warm worden en een laag rendement hebben.
    Dan ga je rijden en trek je dus stroom uit je accu’s en die worden opnieuw warm, dan de verliezen in de kabels naar de elektromotor, de warmte van de elektromotor zelf…

    Je kunt beter de fosiele brandstof direct in je auto verbranden en dat omzetten naar beweging zodat je direct de auto kan aandrijven! Veel zuiniger.
    Alleen is dat voor een gemiddeld politicus te moeilijk.

    Mag ik mijn buizen warm blijven stoken?

    Beantwoorden
    • 22 maart 2015 om 00:37
      Permalink

      hallo Rene,

      Het rendement van een verbrandingsmotor blijft steken op zo’n 30%, maak eens een nauwkeurige berekening van je verliezen in een elektrisch aangedreven auto en kom dan terug met een conclusie.

      Klasse D versterkers werken volgens PWM. Er wordt niets gemoduleerd of gedemoduleerd.

      Er zijn tegenwoordig klasse D versterkers die beter meten dan de meeste klasse A of AB ontwerpen, slechts een handjevol lineaire ontwerpen verslaat de beste klasse D maar dat zal niet lang meer duren.

      hartelijke groet,

      Guido

      Beantwoorden
    • 18 juli 2016 om 12:09
      Permalink

      Precies, je hebt het 1/2 goed. Men moet eerst investeren in maximaal windmolens zodat we “gratis” energie hebben afschaffen kernenergie en kolencentrales. Betreft versterkers, ben ik het niet met je eens. Heb zelf verschillende versterkers in bezit ook een klasse D, wordt toch behoorlijk warm waarschijnlijk een constructie foutje van Onkyo A5vl speelt overigen erg mooi, overweeg zelfs om mijn andere analoge vesterkers eruit te doen. Qua detail en presissie klinkt dit echt bijzonder goed.

      Beantwoorden
    • 01 april 2017 om 00:55
      Permalink

      Dat wat Rene zegt klopt helemaal een klasse D versterker. Is wel leuk voor in de auto of in een laptop als er op stroom moet worden bezuinigd maar in de echte high end wereld zal het nooit iets worden. Ik draai zelf met 2 Vincent SP991 Plus klasse A mono blokken. Ze trekken wel wat stroom uit de muur maar het klinkt wel zoals het hoort (loepzuiver) en wat de politiek ook zegt, ik doe ze nooit meer weg en blijf lekker luisteren (trouwens wie betaald de stroom voor mijn hobby? Ik zelf toch of niet dan?)

      Beantwoorden
      • 01 april 2017 om 07:44
        Permalink

        Tot de SPEC versterker bij mij achter de deur werd gezet was mijn gevoel over Klasse D versterking zo’n beetje gelijk aan die van jou AH. Deze Japanner maakte bij mij los wat alle voorgaande volgens het schakelende principe werkende versterkers die ik hier in huis waren nooit lukten.
        Twee maanden na het vertrek van de recensieversterker heb ik contact met de importeur opgenomen en nu is er al weer enige tijd een SPEC eindbak in mijn audiorek. En die gaat zeker niet meer weg.

        Beantwoorden
  • 21 juli 2012 om 18:36
    Permalink

    Dus geen CD of streaming audio in ‘Huize Rene’ dan?

    Beantwoorden
  • 23 juli 2012 om 22:47
    Permalink

    Quote:
    “Beter zou het zijn geweest om een klasse G in leven te hebben geroepen bij het schakelende versterkerprincipe. Zowel in onze taal als in het buitenland luid en duidelijk: Groen, Green, Grun. Hoe gemakkelijk kan het soms zijn om niet moeilijk te doen…”

    Ik wil er even op attenderen dat Klasse G al bestaat zie “Audio Power Amplifier Design Handbook, 5th Edition van Douglas Self. Klasse G is een dual rail concept.

    Leonard

    Beantwoorden
  • 24 november 2012 om 03:53
    Permalink

    Ik heb wel eens van Kharma de klasse “D”eindversterkers MP 150 gehoord , met de buizenvoortrap van Audio note M3 line voortrap, en dit klonk erg mooi en zeer muzikaal.
    Dus je kan niet elke klasse D versterker afdoen als slecht of niet muzikaal.

    Eric
    .

    Beantwoorden
  • 26 december 2012 om 15:01
    Permalink

    Ik ben als bassist op zoek naar strak, warm, vol, dynamisch en met reserves. Jarenlang met buizen gespeeld voor de warmte, maar miste de directe punch. Nu een D-klasse met buizen in de voortrap. Das voor mij de oplossing. Nog steeds te dragen elke week, betrouwbaar strak en eigenlijk alleen maar voordelen. Het geluid? Overdonderend strak helder, warm etc…bottom, crystal etc en gewoon op 4 zodat er nog iets over blijft.
    In een laboratorium zal er ongetwijfeld van alles mis zijn met mijn set, maar ik krijg alleen maar complimenten en vragen waar ik mee speel.
    Ik hoor de discussie over het perfect ontwerp nu al jaren, maar ik ben van mening dat een purist anders luisterd, zijn gegevens uitleest en deze wetenschappelijk in een ander daglicht ziet dan een muzikant die gewoon iets betrouwbaars wil met ballen en daar ook echt van kan genieten.

    Klasse A met draaitafel én CD nog wel gewoon in mijn huiskamer… 🙂

    Beantwoorden
  • 03 januari 2013 om 22:29
    Permalink

    Dank voor dit fijne artikel. Zeer leerzaam.
    Heb medio 2012 de Primare I22 met interne DAC aangeschaft. Ook een zogenaamde D. Hier is ook gefilterd en op deze vorm van filtering heeft de fabrikant een patent. Ik heb vele tot zeer vele versterkers beluisterd en vond dit toch de beste muzikale keus. Hij stuurt mijn Aurum Cantus luidspreker zeer goed aan. Prettige bijkomstigheid is dat hij belachelijk weinig stroom verbruikt en echt niet warm wordt.
    Ik hoor wel eens dat klasse D-versterkers worden vergeleken met buizenversterkers. Enig idee waarom dit wordt gezegd?
    Rob

    Beantwoorden
  • 20 januari 2013 om 17:57
    Permalink

    Ik heb jarenlang met de klasse D versterkers van CI-Audio gedraaid, heel er goed zijn ze.
    Ik had hele kritiche Von Schweikert vr5 speakers. Die klonken het mooiste op de Hybride KR Kronzilla eindbakken van 12.000 euro per stuk, maar als betaalbaar alternatief heb ik meerdere eindversterks geprobeerd. De KR VT20 (klasse A 50 watt) een Marsh A400 met 200 watt (wat een bakbeest) en een
    Musical Fidelity met 200 watt en een Bryston 300 watt eindbak. De klasse D won het overtuigend tegen een prijs minder dan de helft van de anderen. Het laag was zoveel beter gecontroleerd en muzikaler. Hoog en mid was niet beter maar wel net zo rijk van klank en had meet lucht. Het schijnt moeilijk te zijn om goede klasse D te maken maar als dat lukt heeft het heel veel voordelen. Ik weet zeker dat dit de toekomst heeft.

    Beantwoorden
  • 03 februari 2013 om 16:17
    Permalink

    De NAD Master serie wordt toch goed aanbevolen, de M2/M3… Volledig digitaal.

    Beantwoorden
  • 21 maart 2013 om 12:55
    Permalink

    Geachte meneer Van der Merwe,
    Beste Triode Dick,
    U hebt een fout gemaakt, dat kan de beste overkomen. U schrijft:
    “Klasse A betekent niks anders dan dat de transistors altijd in geleiding staan, er loopt ook tijdens stiltes, als er geen muziek klinkt, een hoge ruststroom. Zo veel dat je om 50 Watt uitgangsvermogen te krijgen, ook in rusttoestand, 50 Watt aan warmte, zeg maar hitte, in de uitgangstransistoren en aangeschroefde koelprofielen weg stookt. ”
    U weet dat dat niet zo is, weet ik. Klasse A heeft maximaal 50% rendement, dus een 50 Watt versterker dissipiëert in rust 100 Watt. In de Wikipedia lees ik dat bij directe koppeling (zonder trafo) max. 25% rendement mogelijk is. ” A theoretical maximum of 50% is obtainable with inductive output coupling and only 25% with capacitive coupling”. Dat zal de buis zijn uit uw buizenverhaal.
    Met vriendelijke groet,
    Leo
    P.S. Ik zou graag zien dat in tests het energiegebruik opgegeven wordt. De meeste bladen en websites doen daar niet aan, of in beperkte mate. Volgens mij wordt het ook vaak verkeerd opgegeven in de specificaties van de fabrikant, en regelmatig klakkeloos in een test overgenomen, omdat het niet getest wordt.

    Beantwoorden
  • 07 augustus 2013 om 23:15
    Permalink

    Geachte heer Van der Merwe
    Leuk stuk … goed … verhelderend … Dank!

    Laatst bij vrienden een stel actieve 2-weg Yamaha’s beluisterd,
    die ook met dit type in de kast ingebouwde versterkers zijn uitgerust.
    Helemaal NIETS mis mee, gegeven de betaalde prijs en het kastvolume.
    Ceasar Franck en Gustav Mahler hadden er geen lelijke dingen over
    kunnen zeggen …
    De opmerking over “De altijd wat glazige klank die veel schakelende
    versterkers nog steeds laten horen is niet ieders kopje thee” kan en
    mag ik dan ook maar héél ten dele onderschrijven …
    Deze luidsprekers zijn de moeite van het bezitten en het aanhoren
    meer dan waard.
    Albeit that beauty remains in the eardrums and between the ears of
    the beholder.

    De getoonde schakeling (1 paar powerfets) vertoont verrassend veel
    overeenkomst met de 4-kwadrant (2 paar power fets) en 6-kwadrant
    (drie paar powerfets) schakelingen, waarmee vanuit enkelvoudige
    gelijkspanningen (batterij van een electrische auto of rijdraad boven
    tram of treinstel) enkel fase wisselstroom- respectievelijk drie fase
    draaistroommotoren kunnen worden aangestuurd.

    Wat het getoonde schakelschema niet laat zien, zijn de in 4- en 6-
    kwadrants aanstuurschakelingen gebruikelijke anti-parallel
    geschakelde “vrijloopdiodes”, waarmee de powerfets (en daarvóór
    liggende schakeling) worden beschermd tegen en geïsoleerd van
    ongewenste en onhebbelijke gedragingen hun grotendeels
    inductieve belasingen.

    Een luidsprekercombinatie met cross-over filter vormt voor een
    versterker altijd een zich zeer complex en vaak onhebbelijk
    gedragende belasting.
    Zou het plaatsen van anti-parallelle vrijlooopdiodes over de
    powerfets van positieve invloed kunnen zijn op de (subjectieve)
    geluidsbeleving van de luisteraar? (Voor zover niet al aanwezig,
    maar op het plaatje niet getoond)
    Als ik een los klasse D versterkertje in huis zou hebben …

    Tenzij de beruchte dempingsfactor inmiddels een mythe is
    gebleken, lijken mij dit wel versterkers die schreeuwen om
    korte en pols- of dijbeen dikke luidsprekerkabels.
    Dat laag-af filter ná de fets en dan verderop een cross-over filter …
    Weet niet of dat zo gelukkig gaat uitpakken.

    Met vriendelijke groet

    Beantwoorden
  • 04 december 2013 om 15:56
    Permalink

    Een klasse B versterker maakt niet zoals u zegt gebruik van een kleine ruststroom. In de eindtransistoren van dat soort versterkers loopt helemaal geen stroom. Voor een klasse AB-versterker geldt dat er een relatief kleine ruststroom loopt.

    Beantwoorden
  • 06 oktober 2014 om 08:37
    Permalink

    Leo,
    Compliment. Je hebt Triode Dick daar even mooi beet.
    Iedereen weet dat de effectieve waarde van een wisselstroom 1/V2 maal I is of te wel 1 gedeeld door de wortel uit twee maal de topwaarde van de wisselstroom.
    De topwaarde van de wisselstroom moet gelijk zijn aan de waarde van de ruststroom in de klasse A eindtrap. Is de ruststroom kleiner dan treedt clipping op of te wel oversturing.

    Als ik tot zover nog duidelijk ben, even rekenen.
    Audiovermogen in de luidspreker voor een wisselstroom is het kwadraat van de wisselstroom I, maal de impedantie R, bij volle uitsturing is dat:. I^2/2 x R.
    In rust moet de voeding U x I gelijkstroom vermogen leveren. Dat is precies 2x zoveel als er aan wisselstroom vermogen wordt afgegeven aan de luidspreker.
    Ergo, zet die klasse A versterkers op lekker max vermogen, dan worden ze minder warm…

    Beantwoorden
  • 22 januari 2015 om 10:03
    Permalink

    Ik wordt altijd een beetje moe van dit soort discussies!
    Kennelijk heb je een universitair nivo nodig om te kunnen volgen wat er wordt bedoeld!
    Is horen niet belangrijker, dan meten is weten? natuurlijk alles is subjectief, maar een beetje relativeringsvermogen zou niet verkeert zijn.voor sommigen zijn kraak en ruis inclusief allerlij bijgeluiden in een opname het summum [vinyl] er worden speciale karaktereigenschappen toegekend aan dit medium? kennelijk hebben die andere flappen aan hun hoofd zitten. nou zou ik zeggen wordt er gelukkig mee, maar het heeft niets van doen met zuivere op/weergavetechniek.
    Zo ook de vergelijking tussen digitaal a,b,c,d, en analoog, is het niet prachtig dat je inplaats van een grote doos vol met condensatoren en ander spul een techniek ter beschikking hebt die met veel minder een beter resultaat geeft. het enen en nullen verhaal111000100010101=digitaal schrift, heeft
    veel goeds voortgebracht.

    groetjes

    Beantwoorden
    • 27 januari 2015 om 18:57
      Permalink

      Je moet er niet moe van worden Hans, gewoon lekker naar je muziek luisteren, daar gaat het in de eerste plaats om…

      Beantwoorden
  • 07 oktober 2015 om 15:37
    Permalink

    Beste lezers,
    Wat voor mij nu lastig te beoordelen is, is dit: Ik zou willen kiezen tussen de aankoop van een van Medevoort geintegreerde versterker van Klasse “A” (bijv. MA360) of Klasse “D” (bijv MA460). Nou kan ik niet zo goed uit het artikel opmaken wat in theorie dan het verschil zal zijn in klank.
    Ik noem dit omdat ik er een beetje van uit ga dat bij een producent als vM het kwaliteitsverschil wellicht niet zo het item is, als wel een ander ontwerp-principe.
    Graag jullie reactie !

    Beantwoorden
  • 09 februari 2017 om 14:30
    Permalink

    Mijn Primare, klasse D bakkie, doet lekker zijn ding en is by far de beste versterker die ik hier in huis heb gehad en dat zijn er nogal wat! Al die vooroordelen toch..

    Beantwoorden
  • 27 maart 2017 om 17:45
    Permalink

    Vooral de goedkope klasse D versterkers blazen je qua prijs/prestatie helemaal weg is mijn mening. Geweldig spul

    In het high-end zijn de rollen omgekeerd. Ik heb heel lang een Spectron Musician III gehad. (en een 2). Spectron stond zo’n beetje aan de wieg van Klasse D.
    Heel clean geluid, prima soundstage.
    Totdat ik een pass labs X250.5 hoorde. Het cleane van de spectron was ineens saai en levenloos.
    De bassen bleven ver achter bij de spectron.

    Ik blijf bij A.

    Beantwoorden
  • 18 juli 2017 om 19:35
    Permalink

    Mooi artikel.
    Ik zou graag een vergelijk zien/horen tussen mijn Denon POA2400 tov een budget klasse D zoals een Behringer iNuke6000.
    Any thoughts on that ?

    Beantwoorden
  • 14 augustus 2017 om 21:41
    Permalink

    Als je ervan uit gaat dat een hifi installatie een zo natuurlijk mogelijk geluid moet voortbrengen kan je tegenwoordig niet meer om class D heen. Als luisteraar naar voornamelijk akoestische muziek, klassiek en jazz, hoef ik niet anders meer. Natuurlijk geldt net als bij class A en AB ook hier dat alles afhangt van een goed ontwerp en uitvoering. Met goede modules van bijv. Hypex waar ik zelf een paar monoblokken mee heb gemaakt krijg je een transparant, gedetailleerd en helder geluid met super strakke bassen, zeer lage vervorming en een fantastisch stereo beeld. Kan elke vergelijking met class A glansrijk doorstaan. Als je van warm gekleurd geluid houdt ben je met class D aan het verkeerde adres…. dan toch maar wat buizen?

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.