Netspanningfilters blijven één van de meest ongrijpbare, zelfs controversiële apparaten in audiowonderland. Waarom zouden we eigenlijk moeten investeren in een oppoetser van de stroom uit ons stopcontact? - Audio-Creative

Isotek Titan, Nova en Aquarius netspanningfilters


Spoelen, we kunnen niet zonder…

Maar wat is dat nou toch weer: ‘common mode smoorspoel’? In feite niets anders dan een smoorspoel met twee gescheiden wikkelingen. Een normale smoorspoel, ook wel choke genoemd, is een kern waarop een enkele wikkeling is gelegd, die uit een paar windingen rond de kern tot een hele klos draad kan bestaan. DSC02789Je stopt er een signaal in en je haalt het er aan de andere kant weer uit. Onderweg zorgt de zelfinductie die in de smoorspoel ontstaat voor een frequentieafhankelijke weerstand, of liever gezegd: impedantie, als we met wisselstroom werken. Hoe hoger de frequentie hoe hoger de impedantie van de smoorspoel wordt. Hoe hoog (in Ohm) en bij welke frequentie?

Dat wordt bepaald door de inductie die de smoorspoel heeft. Hoe meer windingen rond de kern hoe hoger de inductieweerstand, met Henry als eenheid. In de voeding van een versterker gebruikt, om rimpel op de voedingspanning effectief weg te werken, ligt die inductie in de regel tussen 1 en 10 Henry. In combinatie met een achter de smoorspoel gebruikte condensator wordt hiermee een laagdoorlaatfilter gemaakt. ‘Laagdoorlaat’ verteld dat lage frequenties ongehinderd worden doorgelaten maar hogere frequenties in toenemende mate worden verzwakt.

Bij netspanningfilters, zoals hier het geval is, waar de 50 Hz lichtnetfrequentie een zo vrij mogelijke doorgang moet krijgen spreken we over spoelen van millihenry. Eén duizendste van een Henry. Nu zie je waarschijnlijk ook wel dat smoorspoelen in audioapparaten veel vaker voorkomen dan je misschien zou denken. Ook de spoelen in luidsprekerfilters zijn niks minder dan smoorspoelen, al dan niet uitgerust met een kern, ook weer om de inductieweerstand te verhogen, of gewoon zonder kern, een ‘luchtspoel’. Over FM en AM tuners zullen we het maar niet hebben.

Common mode?

Een common mode smoorspoel heeft twee identieke wikkelingen. Niet alleen de ingaande stroom gaat er door, ook de retourstroom gaat door een wikkeling. Dat geeft extra voordelen. Er kunnen bijvoorbeeld positieve stoorpieken (of negatieve, dat is om het even hier) op de lichtnetspanning staan. Dat kan door een koelkast of andere in en uitschakelende apparatuur veroorzaakt worden, een boormachine, zelfs bij de buren of andere gebruikers van het lichtnet, nagenoeg iedereen dus. En iedereen die het lichtnet gebruikt vervuilt het ook. DSC02783Mocht je denken dat er een mooie schone 50 Hz sinus uit het stopcontact komt, dan kom je van een koude kermis thuis. De vervuiling is aanzienlijk. Deze stoorsignalen worden twee keer door de common mode choke geleid, waarmee ze in tegenfase van elkaar komen te staan. Met als resultaat een vergaande uitsterving van de laagfrequentere storing.

Het werkt eigenlijk op dezelfde wijze dan met de actieve noise canceling bij hoofdtelefoons, waar het omgevinggeluid met een microfoontje wordt opgenomen om het vervolgens in tegenfase en met evengrote amplitude bij het muzieksignaal te mixen. De kleinere met ferrietkern uitgeruste smoorspoelen kunnen een minder grote stroom verwerken dan het grote met trafoblik gebouwde exemplaar doordat ze bij grote stroomvraag eerder verzadigen. En een smoorspoel waarvan de kern in verzadiging gestuurd wordt reduceert zijn inductieweerstand plotsklaps en daarmee de werking naar nagenoeg nul.

Overdaad hoeft niet te schaden maar…

Is die grotere stroomleverantiemogelijkheid altijd nodig? Nee, eigenlijk maar zelden. Bronapparaten als een cd-speler, of een voorversterker trekken misschien 100 tot maximaal 500 mA uit het lichtnet. Zelfs bijvoorbeeld een grote 50 inch Panasonic TX-P50S20 plasma TV trekt op zijn max nog geen 1,5 ampère. Uit de vier ‘kleine’ aansluitingen van de Aquarius mag bij elkaar opgeteld maximaal 5 ampère worden getrokken, ofwel bij een gemiddelde netspanning van 225 volt mag 1125 watt aan apparatuur gebruikt worden. Daar kom je met vier aangesloten bronnen nooit aan.

Zware eindbakken

Eindversterkers daarentegen, en dan met name de grote jongens met een dynamisch stroomverbruik, die kun je in de regel beter niet achter een lichtnetfilter hangen, of die moet duidelijk op een zo laag mogelijke impedantie gebouwd zijn om ze niks in de weg te leggen. Om maar eens een excessief voorbeeld te geven: een Audio Research Reference 610T monoblok eindversterker vraagt maximaal maar liefst ruim 10 ampère uit het lichtnet (2300 watt). Maar een ook niet bepaald kinderachtige Musical Fidelity AMS50 Klasse-A stereoversterker heeft aan ruim 2,7 ampère (600 watt) voldoende. Dan hebben we natuurlijk twee voorbeelden die niet meteen model staan voor de gemiddelde audioliefhebber. Zelfs als een apparaat in operationele stand continu 1000 watt zou dissiperen, trekken we nog maar iets meer dan 4 ampère continu uit het stopcontact.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

One thought on “Isotek Titan, Nova en Aquarius netspanningfilters

  • 21 mei 2013 om 13:22
    Permalink

    Dit is ongeloofelijk duur!
    het werd tijd dat ze een goedkope versie maken hiervan.. ik heb goede speakers, maar door de sterke ruis op mijn stopcontacten kan ik er gewoon niet naar luisteren, om zot van te worden.

    Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.