Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

De opbouw

Ik heb een kant en klare aluminium behuizing gebruikt. Normaal worden daar onderdelen in gebouwd. Maar nu komen de verschillende componenten zowel in als op de kast. Om dat mogelijk te maken wordt de kast eigenlijk omgekeerd gebruikt. Normaal zitten de koelsleuven aan de bovenkant. Wij gebruiken deze bovenplaat als bodemplaat. In deze plaat zijn echter een viertal gaatjes te vinden voor de montage van vier rubberen voetjes, maar die vallen netjes weg als alle noodzakelijke gaten eenmaal in de plaat zijn geboord en geponst. En mocht er een gaatje open blijven, dat camoufleer je dat netjes met een boutje en moertje zonder verdere bestemming… het oog wil ook wat…

Hakken en zagen…

De eerste stappen naar een nieuwe versterker bestaan altijd uit het ‘droog’ oefenen. De buizen en trafo’s worden los op het chassis gezet en we schuiven een beetje tot de gewenste plek definitief is bepaald. De gaten worden secuur afgetekend en met een centerpunt ingetikt om weglopende boortjes te voorkomen. De volgende klus is voor de meesten onder ons het minst aantrekkelijk: de gaten moeten geboord, geponst, gezaagd en gevijld worden. Ben je snel een dagje zoet mee. Maar wat is nou een dag in het lange dienstbare leven van je toekomstige versterker? Als het hakken en zagen gebeurd is, de krullen zorgvuldig opgeveegd of opgezogen, kan het opbouwende werk beginnen.

Gaten

VoedingtrafoEerst gaan de rubbertules in de gaten waar bedrading moet worden doorgevoerd. Nooit zonder die dingen werken. De isolatie van bedrading kan gemakkelijk insnijden langs een harde rand van een gat. Daarna krijgen de buishouders hun plek. Eerst de kleine noval dan de octal houders voor de gelijkrichtbuizen. De UX-4 houders voor de 300B’s heb ik wat verzonken in het chassis gezet. Zonder speciale reden, maar het staat wel chique.

De buisvoet valt dan een stukje door het chassis heen. Een beetje oppassen is het met het porselein waarvan de UX-4 buishouder is gemaakt, waarin ook de montagegaten zijn gemaakt. Ik gebruik zelf aan weerskanten van gaten stevige papieren ringetjes om mechanische stress van metaal op het harde porselein tegen te gaan. Als de buishouders los/vast gemonteerd zijn schuif je de 300B er in. Voorzichtig aan, er mag niks afbreken. Nu kun je de 35 mm dikke buisvoet netjes centreren in het 37 mm grote chassisgat. Dan pas de boutjes en moertjes stuk voor stuk vastdraaien. Vast is vast, er hoeft geen olifant aan te hangen.

Mooi centreren

Als de buishouders gemonteerd zijn komen de voedingelco’s aan de beurt. Die zitten in eenzelfde 37mm diameter gat in het chassis, en worden met bijbehorende klemmen van onderaf gemonteerd. Zorg hier ook voor een nette centrering in het gat. De printplaten moeten ook nog een mooi plekje krijgen.

De autobias module is opdeelbaar in twee stukken. Het gedeelte waarop het voedingstrafo’tje zit krijgt een plaats aan de zijkant van het chassis. Op de foto hieronder zie de pcb rechtsboven. De regelprint zelf wordt centraal midvoor in de kast geplaatst, niet ver van de eindbuizen. De stroombronvoedingen komen op het chassis onder de uitgangstrafo’s. De zware trafo’s worden vervolgens bovendeks geplaatst worden geplaatst.

Zoals je ziet zijn de uitgangstrafo´s voor het vastschroeven al vast van de noodzakelijke bedrading voorzien. Ik heb de draden met een krimpkousje gemerkt. Anders weet je niet welke draad aan de anode komt en welke aan de voedingelco. Sluit je die verkeerd om aan dan gaat er niks stuk, maar de frequentiebandbreedte wordt dan sterk begrenst en de traforesonantie vliegt een aantal dB omhoog. Goed checken dus, voor je de boel vastzet.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

6 gedachten over “Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

  • 24 juni 2012 om 14:09
    Permalink

    Beste Dick,

    Ik heb deze versterker een aantal jaren geleden ook gebouwd, met de 6N6 en 6N30.
    Bij deze versterker,had ik problemen met oscilleren.
    Met het blote en geoefende oor was het niet waarneembaar.
    Als je echter naar de gloeidraad van de 300B buis keek, zag je ,dat bij luide passages de gloeidraad feller ging branden; foute boel dus.
    Op de scoop was te zien, dat i.d.d de versterker heel hoog stond te oscilleren (130kHZ)
    Ook op de gloeispanning, zag je hetzelfde beeld terug.Zelfs met een simpele voltmeter zag je de gloeispanning ongelofelijk variëren tussen de 5 en 6 volt.
    De gloei units verwisseld, geen resultaat.
    buizen verwisseld , geen resultaat.
    Uiteindelijk heb ik de stopweerstanden op het rooster van de 300B vergroot; weg oscillatie!
    Louis Schaeffer, Mijdrecht.

    Beantwoorden
    • 29 juli 2012 om 16:24
      Permalink

      een “varkensneusje” ferrietkraaltje wil ook wel eens helpen !

      Beantwoorden
  • 15 oktober 2012 om 21:42
    Permalink

    Hallo Dick,

    Bij de update van de Classic Two versterker (16-6-2012) is er iets mis gegaan, denk ik.
    Bij de tekening van het versterker deel, staat onder de tekening 5670/2c51.
    Maar de pin layout is niet correct. Volgens mij zittende gloeidraden op 1 en 9, de eerste triode helft is correct.
    Bij de tweede triode helft word pin 4 de anode aansluiting,pin 3 het stuurrooster, en pin2 de kathode. De afscherming tussen de 2 buishelften zit dan aan pin 5.

    Groet: Louis Schaeffer

    Beantwoorden
    • 17 oktober 2012 om 16:40
      Permalink

      Ha Louis,

      De vergissing is recht gestreken. Bedankt voor je positieve feedback!

      Beantwoorden
  • 17 augustus 2015 om 10:57
    Permalink

    Hallo Dick,
    In het voedingsschema zet je zowel de 5U4 als de 5R4 als geschikte gelijkrichterbuis. De 5R4 mag echter volgens de datasheets die ik kan vinden slechts max 4 uF als ingangs C zien terwijl de 5U4 volgens specs 40 uF mag hebben. Jij zet er echter in je schema al ruim 60 achter. Geeft dat geen problemen en meer in het bijzonder bij het gebruik van een 5R4 ?

    Beantwoorden
    • 17 augustus 2015 om 11:07
      Permalink

      Hallo Marcel,
      Die maximale 4 uF geldt als je de 5R4 op zijn maximale anodespanning gebruikt van 900 volt. Bij een ‘normale’ voedingspanning van zeg maar 350, 400 volt geeft een hogere capaciteit van 60 uF geen problemen.

      Beantwoorden

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.