Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

Een beetje druk op de ketel…

En er was namelijk ook nog enige druk op de ketel. Ik had een afspraak om een zelfbouw verhaal te maken voor een Elektor Zelfbouwaudio special. De deadline kwam echter sneller dichterbij dan wenselijk. Het werd een beetje peentjes zweten. Dat is niet de ideale situatie bij de ontwikkeling van een versterker waarvan de publicatie in inkt op papier wordt gedaan. Achteraf ontdekte fouten of vergissingen corrigeren is er niet meer bij.

Pas een paar dagen voor het verhaal op de redactie moest liggen, om wat tijd te winnen was ik de boel al wat aan het traineren, had ik de versie, noem het maar de mk.2, gereed die me gelukkig wel kon bekoren. Dat was met de 6N6 buis in de eerste trap en de 6N30 in de tweede. Na een week op het audiorek heb ik het verhaal afgemaakt en op de mail gedaan. Voor het verder doortweaken van de schakeling is dan helaas geen tijd meer. Hoewel niet voor de volle honderd procent content met het eindresultaat was ik gelukkig ook niet ongelukkig met het resultaat. Toen de rust weer terug gekeerd was ben ik verder gaan tweaken met deze versterker. Het resultaat daarvan is in dit verhaal te lezen.

Classic Two frontaalEen extra voordeel

De Millercapaciteit heeft met een drivertrap als dit voor de eindbuis weinig gelegenheid om een te vroeg afvallend hoog te veroorzaken. Dat maakt de complete schakeling breedbandig. De uitgangstransformator geeft de grens aan. Zo als het eigenlijk hoort. Een ander voordeel van deze opzet is het schaarse aantal onderdelen die verder nog nodig zijn. Van de zeven weerstanden in de stuurtrap zijn er nog eens drie als stopweerstand gebruikt ook. Er is slechts één koppelcondensator, tussen kathodevolger en eindbuis.

Voortgang

Toen ik begon met deze versterker dacht ik eigenlijk nog weg te komen met de 6N30, één van mijn meest favoriete voorbuisjes) in de de eerste positie. Als spanning versterkende buis. 6N30-EBGewend, of zeg liever ‘verwend; dat ik was met de Mu-stage drivers uit bijvoorbeeld de Triodedick Little C en Triodedick Ceasar II, waar de buisjes nagenoeg hun maximale mu (versterkingsfactor) halen. In de SRPP lukt dat uiteraard niet. Daar haalt een buis zijn maximale mu bij lange na niet, zelfs niet als de kathodeweerstand ontkoppeld wordt met een condensator. En minder eigen versterking betekend dat er meer spanning ingepompt moet worden om er voldoende uit te kunnen krijgen. En ja, je kunt de ingangspanning ook niet onbeperkt op blijven voeren. De negatieve voorspanning van het stuurrooster bepaald nu eenmaal hoeveel stuurspanning je maximaal mag gebruiken.

Enig uitleg

Schrik niet, ik zal het niet te moeilijk maken. Even heel kort door de bocht met een versimpeld rekensommetje: als het stuurrooster op een negatieve spanning staat ten opzichte van de kathode van zeg maar 10 volt, dan kun je ongeveer 7 volt effectief aan wisselspanning toevoeren. Bij een hoger spanning gaat je het stuurrooster positief sturen, wat de lineaire vervorming zeer snel zal laten toenemen.

6N6Er was dan ook veel te veel ingangspanning nodig om de 300B eindbuis naar z’n maximaal te kunnen sturen. De beide russen mochten daarna eens van plek wisselen. De 6N6 gaat naar de voorkant en de 6N30 in de kathodevolger. Nu ik er over nadenk is dat een beetje onzinnig. Je krijgt hiermee weliswaar een nog lagere uitgangsimpedantie van de driver, maar die wordt toch grotendeel weer teniet gedaan door de noodzakelijke koppelcondensator. Met andere woorden: met een 6N6 zitten we al primadeluxe,

Ik heb met deze mk.2 versie een tijdje gespeeld, en die klinkt ook prima. Maar er is me nog General Electric 5670steeds veel te veel ingangspanning nodig. Die geleverd moet worden door de voorversterkers. Een fluitje van een cent misschien voor een goedgemaakte buizenvoorversterker, maar ik vond het gewoon niet praktisch.

Een beetje zoekende naar een beter alternatief trok ik een 5670 buisje uit mijn buizenvoorraad. Hé, dat zou best wel eens… een maximale mu van 35, tegenover 15 x van de 6N30 en pakweg 20 x die de 6N6 levert… mmm…ziet er veelbelovendWE 2C51 uit. De 5670 heeft ook een aardige reputatie op audiogebied. Aan de slag dus. De 5670 heeft een net iets andere aansluitvolgorde van de pennen, de boel moet dus om gesoldeerd worden. Zo gezegd zo gedaan. En vanaf het moment dat de spanning er weer op kon was het bingo. Met een volt of  3 aan de ingang kan de versterker helemaal worden uitgestuurd en hij klinkt ook nog erg fijn. Dit is waar ik al een tijdje naar zoek….

Bijna gelijker tijd krijg ik de kans mijn handen op een 5670 versie van Western Electric te leggen, de WE 2C51. En er is nog een Russisch buisje onder de 6N3 vlag. Een mooie mogelijkheid tot experimenteren. De WE staat bekent als superieur, de GE als oerdegelijk. Elektrisch zijn alle drie buisjes nagenoeg equivalenten van elkaar. Verschillen in klank zijn er wel.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

6 thoughts on “Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

  • 24 juni 2012 om 14:09
    Permalink

    Beste Dick,

    Ik heb deze versterker een aantal jaren geleden ook gebouwd, met de 6N6 en 6N30.
    Bij deze versterker,had ik problemen met oscilleren.
    Met het blote en geoefende oor was het niet waarneembaar.
    Als je echter naar de gloeidraad van de 300B buis keek, zag je ,dat bij luide passages de gloeidraad feller ging branden; foute boel dus.
    Op de scoop was te zien, dat i.d.d de versterker heel hoog stond te oscilleren (130kHZ)
    Ook op de gloeispanning, zag je hetzelfde beeld terug.Zelfs met een simpele voltmeter zag je de gloeispanning ongelofelijk variëren tussen de 5 en 6 volt.
    De gloei units verwisseld, geen resultaat.
    buizen verwisseld , geen resultaat.
    Uiteindelijk heb ik de stopweerstanden op het rooster van de 300B vergroot; weg oscillatie!
    Louis Schaeffer, Mijdrecht.

    Beantwoorden
    • 29 juli 2012 om 16:24
      Permalink

      een “varkensneusje” ferrietkraaltje wil ook wel eens helpen !

      Beantwoorden
  • 15 oktober 2012 om 21:42
    Permalink

    Hallo Dick,

    Bij de update van de Classic Two versterker (16-6-2012) is er iets mis gegaan, denk ik.
    Bij de tekening van het versterker deel, staat onder de tekening 5670/2c51.
    Maar de pin layout is niet correct. Volgens mij zittende gloeidraden op 1 en 9, de eerste triode helft is correct.
    Bij de tweede triode helft word pin 4 de anode aansluiting,pin 3 het stuurrooster, en pin2 de kathode. De afscherming tussen de 2 buishelften zit dan aan pin 5.

    Groet: Louis Schaeffer

    Beantwoorden
    • 17 oktober 2012 om 16:40
      Permalink

      Ha Louis,

      De vergissing is recht gestreken. Bedankt voor je positieve feedback!

      Beantwoorden
  • 17 augustus 2015 om 10:57
    Permalink

    Hallo Dick,
    In het voedingsschema zet je zowel de 5U4 als de 5R4 als geschikte gelijkrichterbuis. De 5R4 mag echter volgens de datasheets die ik kan vinden slechts max 4 uF als ingangs C zien terwijl de 5U4 volgens specs 40 uF mag hebben. Jij zet er echter in je schema al ruim 60 achter. Geeft dat geen problemen en meer in het bijzonder bij het gebruik van een 5R4 ?

    Beantwoorden
    • 17 augustus 2015 om 11:07
      Permalink

      Hallo Marcel,
      Die maximale 4 uF geldt als je de 5R4 op zijn maximale anodespanning gebruikt van 900 volt. Bij een ‘normale’ voedingspanning van zeg maar 350, 400 volt geeft een hogere capaciteit van 60 uF geen problemen.

      Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.