Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

De schakeling en zijn evolutie

Een single ended versterker is in de basis een simpel geval. We hebben een zogenaamde drivertrap en een eindtrap. De laatste bestaat uit de powertriode en uitgangstransformator, de eerstgenoemde uit een spanningversterkende trap die voldoende uitgangspanning moet kunnen leveren om de eindbuis maximaal uit te kunnen sturen. Voor een 300B in een klassieke configuratie is daar ongeveer 70 volt piek nodig, ofwel 50 volt RMS. En dan moeten we de stuurtrap natuurlijk niet zo maken dat ‘ie deze spanning net aan kan, lees: alleen met veel vervorming kan leveren. Een beetje reserve is altijd prettig.

Dat dit geen sinecure is zie ik regelmatig aan versterkers die al bij gering uitsturen, zelfs voor een single ended versterker, veel te snel en te veel in de rode cijfers raken. Ik heb ze al op de meetbank gehad die met 2, 3 watt aan de luidsprekerklemmen eigenlijk al ontoelaatbare vervorming aan het muzieksignaal toevoegden. Vervorming heb je altijd, zeker bij een non-feedback ontwerp, maar we moeten niet overdrijven.

SRPP?

Ik had de SRPP al min of meer afgezworen in dit soort situaties. In het verleden heb ik diverse keren in onmin geleefd met een SRPP als directe driver voor een eindbuis. Het gaf altijd al snel het gevoel dat er iets niet lekker ging. Zelfs een 6SN7 in SRPP, een buis je toch vaker in dit type schakelingen ziet, waar behoorlijke uitgangspanningen gewenst zijn, gaf me vaak een wat wringend gevoel, alsof er iets boven zijn vermogen moest werken.

Een SRPP in een hangmat

Maar wat als de SRPP trap gebufferd wordt door een kathodevolger? Dan hoeft ‘ie van zijn lang-zal-ie-leven geen echte arbeid meer te verrichten. De kathodevolger heeft van nature zo’n enorme hoge ingangsimpedantie dat de voorliggende trap dit eigenlijk niet meer als een belasting ziet. Zie het als een e-bike, waarmee je niet alleen altijd fiets of je een steuntje in de rug krijgt maar waarmee je ook gemakkelijk tegen windkracht 7 in fietst, zonder uitgeput op de eindbestemming aan te komen.

Classic Three Schema versterkerschakeling

(klik weer op de plaatjes voor een grote afbeelding)

Ik liep een al weer enige jaren terug deze deze schakeling aan, die me zo blij verraste en me niet veel later tot de bouw van de Classic One en later Classic Three voorversterkers zou inspireren. Deze opzet van een DC gekoppelde SRPP en kathodevolger heeft echt potentiele weergavekwaliteiten. De hoge maximale spanningzwaai, een nette vervorming, én de lage uitgangsimpedantie van deze schakeling maakt me uiteindelijk ook nieuwsgierig naar de mogelijkheid tot een conversie naar drivertrap in een eindversterker. Toch had dit meer voeten in aarde dan ik vooraf gedacht had.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

6 thoughts on “Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

  • 24 juni 2012 om 14:09
    Permalink

    Beste Dick,

    Ik heb deze versterker een aantal jaren geleden ook gebouwd, met de 6N6 en 6N30.
    Bij deze versterker,had ik problemen met oscilleren.
    Met het blote en geoefende oor was het niet waarneembaar.
    Als je echter naar de gloeidraad van de 300B buis keek, zag je ,dat bij luide passages de gloeidraad feller ging branden; foute boel dus.
    Op de scoop was te zien, dat i.d.d de versterker heel hoog stond te oscilleren (130kHZ)
    Ook op de gloeispanning, zag je hetzelfde beeld terug.Zelfs met een simpele voltmeter zag je de gloeispanning ongelofelijk variëren tussen de 5 en 6 volt.
    De gloei units verwisseld, geen resultaat.
    buizen verwisseld , geen resultaat.
    Uiteindelijk heb ik de stopweerstanden op het rooster van de 300B vergroot; weg oscillatie!
    Louis Schaeffer, Mijdrecht.

    Beantwoorden
    • 29 juli 2012 om 16:24
      Permalink

      een “varkensneusje” ferrietkraaltje wil ook wel eens helpen !

      Beantwoorden
  • 15 oktober 2012 om 21:42
    Permalink

    Hallo Dick,

    Bij de update van de Classic Two versterker (16-6-2012) is er iets mis gegaan, denk ik.
    Bij de tekening van het versterker deel, staat onder de tekening 5670/2c51.
    Maar de pin layout is niet correct. Volgens mij zittende gloeidraden op 1 en 9, de eerste triode helft is correct.
    Bij de tweede triode helft word pin 4 de anode aansluiting,pin 3 het stuurrooster, en pin2 de kathode. De afscherming tussen de 2 buishelften zit dan aan pin 5.

    Groet: Louis Schaeffer

    Beantwoorden
    • 17 oktober 2012 om 16:40
      Permalink

      Ha Louis,

      De vergissing is recht gestreken. Bedankt voor je positieve feedback!

      Beantwoorden
  • 17 augustus 2015 om 10:57
    Permalink

    Hallo Dick,
    In het voedingsschema zet je zowel de 5U4 als de 5R4 als geschikte gelijkrichterbuis. De 5R4 mag echter volgens de datasheets die ik kan vinden slechts max 4 uF als ingangs C zien terwijl de 5U4 volgens specs 40 uF mag hebben. Jij zet er echter in je schema al ruim 60 achter. Geeft dat geen problemen en meer in het bijzonder bij het gebruik van een 5R4 ?

    Beantwoorden
    • 17 augustus 2015 om 11:07
      Permalink

      Hallo Marcel,
      Die maximale 4 uF geldt als je de 5R4 op zijn maximale anodespanning gebruikt van 900 volt. Bij een ‘normale’ voedingspanning van zeg maar 350, 400 volt geeft een hogere capaciteit van 60 uF geen problemen.

      Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.