Triodedick Classic Two 300B Single ended stereo eindversterker

Je hebt ze misschien wel eens gezien, die mooie exclusieve single ended versterkers. Met zo’n machtige 300B, ‘de koningin van de triodes’, als blikvanger op het chassis. Een direct verhitte triode die bijna als geen andere je oortjes kan verwennen . Maar ja, altijd weer dat niet malse prijskaartje hè…. Moet er toch maar weer voor een ‘simpeler’ EL34 push pull versterker worden gekozen en blijft de droom een droom?

Classic Two schuinbovenNatuurlijk ga ik hier een beetje kort door de bocht. Met een mooie push pull versterker is het goed leven, uitstekend zelfs. Maar toch… een goed bedachte single ended versterker, en dan ook nog met een 300B eindpit, tja, dat ‘heeft iets’ dat bij vele andere versterkers niet te vinden is. En aan die onhaalbare aanschafprijs is wel wat te doen door zelf de handen uit de mouwen te steken.

Wat gaan we doen?

Classic Two schuinvoorIk wilde wel weer eens een volbloed 300B SE eindversterker bouwen op een enkel compact chassis. Er komen een paar handige dingen in de versterker die het gebruiksgemak maar ook de geluidskwaliteit ten goede komen. Een paar nieuwerwetse dingen waarin solid state elektronica in dienst staat van de klassieke buizenschakeling. Nee, geen gedoe met hybride oplossingen. In deze versterker speelt de buis de hoofdrol, niets anders.

Een Triodedick met een nieuwe uitgangstrafo

De uitgangstrafo is een andere aanleiding tot de bouw van de Triodedick Classic Two versterker. In de prototype reeks die speciaal voor een Triodedick Ceasar II is opgezet is dit de beste UGT van de eerste reeks. De tweede en naar later blijkt definitieve versie heeft een extreem grote amorfe kern, deze Triodedick Classic Three is ´gewoon´ groot. Een pracht UGT die de oude generatie amorfe trafo´s, door een ander wikkelschema, op alle fronten de baas is. Ik heb deze C2 trafo de eerste maanden ook gewoon op de Triodedick Ceasar II gebruikt, wat te zien is op de foto´s bij dat project. Toen de supertrafo het groen licht kreeg bleef deze C2 UGT achter. En dat kan natuurlijk niet, hier moet iets omheen bedacht worden. Een goed te bouwen project dat én bovengemiddeld goed klinkt én betaalbaar moet zijn. Als partner in crime is daarna de Triodedick Classic Three voorversterker gekomen, een wat gemakkelijker en voordeliger te bouwen apparaat in vergelijk met de Classic One en Cleo 6. Die is ook beter uitgevallen dan van te voren ik gehoopt had. Soms zit het mee… Maar de ontwikkeling van de Classic Two heeft toch  wel wat hobbels in de weg gekend. Dat maakt het eigenlijk ook wel zo boeiend… Al was er een angeltje in het spel…

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

  • Beste Dick,

    Ik heb deze versterker een aantal jaren geleden ook gebouwd, met de 6N6 en 6N30.
    Bij deze versterker,had ik problemen met oscilleren.
    Met het blote en geoefende oor was het niet waarneembaar.
    Als je echter naar de gloeidraad van de 300B buis keek, zag je ,dat bij luide passages de gloeidraad feller ging branden; foute boel dus.
    Op de scoop was te zien, dat i.d.d de versterker heel hoog stond te oscilleren (130kHZ)
    Ook op de gloeispanning, zag je hetzelfde beeld terug.Zelfs met een simpele voltmeter zag je de gloeispanning ongelofelijk variëren tussen de 5 en 6 volt.
    De gloei units verwisseld, geen resultaat.
    buizen verwisseld , geen resultaat.
    Uiteindelijk heb ik de stopweerstanden op het rooster van de 300B vergroot; weg oscillatie!
    Louis Schaeffer, Mijdrecht.

  • Hallo Dick,

    Bij de update van de Classic Two versterker (16-6-2012) is er iets mis gegaan, denk ik.
    Bij de tekening van het versterker deel, staat onder de tekening 5670/2c51.
    Maar de pin layout is niet correct. Volgens mij zittende gloeidraden op 1 en 9, de eerste triode helft is correct.
    Bij de tweede triode helft word pin 4 de anode aansluiting,pin 3 het stuurrooster, en pin2 de kathode. De afscherming tussen de 2 buishelften zit dan aan pin 5.

    Groet: Louis Schaeffer

  • Hallo Dick,
    In het voedingsschema zet je zowel de 5U4 als de 5R4 als geschikte gelijkrichterbuis. De 5R4 mag echter volgens de datasheets die ik kan vinden slechts max 4 uF als ingangs C zien terwijl de 5U4 volgens specs 40 uF mag hebben. Jij zet er echter in je schema al ruim 60 achter. Geeft dat geen problemen en meer in het bijzonder bij het gebruik van een 5R4 ?

    • Hallo Marcel,
      Die maximale 4 uF geldt als je de 5R4 op zijn maximale anodespanning gebruikt van 900 volt. Bij een ‘normale’ voedingspanning van zeg maar 350, 400 volt geeft een hogere capaciteit van 60 uF geen problemen.

  • >