Triodedick MonoBill

 

 

MonoBill?…

Wat of wie is ‘MonoBill’? Nou, kort door de bocht genomen is MonoBill niet veel anders dan de geintegreerde ‘Bill’ versterker zonder de eerste versterkende ingangstrap, en daarna in twee stukken gehakt. Maar dan net anders…

In de eerste plaats heeft nu ieder kanaal zijn eigen voedingtrafo. Maar ik wilde ook een minder ingangsgevoeligheid, MonoBill is in tegenstelling tot Bill immers een echte eindversterker. Een te hoge ingangsgevoeligheid van een eindbak is ronduit irritant als er ook nog een voorversterker gebruikt moet worden. Of je moet het leuk vinden om al met de volumeregelaar in de ‘acht uur stand’ het maximale uitgangsvermogen in je speakers te blazen. Daarbij wordt met een te hoog gevoelige eindversterkeringang de signaal/ruisverhouding erg benadeeld. De volumeregelaar zit immers aan het begin van de keten. Alle ruis en brom, hoe laag ook, worden dan door een vergrootglas gezien en hoorbaar in de luidspreker. Kijk hiervoor ook even naar het verhaal over de McIntosh C2300 voorversterker, die zelfs een volumeregelaar aan zowel de ingang als uitgang gebruikt om de boel zo stil mogelijk maken voor alles wat geen muziek is.

Een ‘nieuwe’ fasedraaier…

De stuurtrap/fasedraaier van MonoBill is afwijkend van die in de Bill versterker. Daar vormen de drie triodes een drie-eenheid in de voortrap/fasedraaier, waar de direct gekoppelde eerste buis ook voor de instelling van de fasedraaiende trap zorgt. Deze klassieke zogenaamde Schmitt of longtail fasedraaierklinkt uitstekend en doet zijn werk stabiel en betrouwbaar, ook op de lange termijn.

Boze tongen willen nog wel eens beweren dat het een ouderwetse achterhaalde fasedraaier is, maar dat is gelul in de ruimte. Met een goed opgezette Longtail is niks mis. Het internet is een bron van kennis, maar misschien nog wel meer van veel geneuzel. Of lees je nooit op de diverse audioforums? Er is veel wetenswaardigs af te halen, maar minstens evenveel tenenkrommende onzin te lezen. Het valt voor de gemiddelde hobbyist niet mee om het kaf van het koren te scheiden, ofwel de ervaring van de echte praktijkman of die van de zeurderige zure leunstoelaudiofiel die zijn kennis vooral van ‘horen zeggen’ heeft. (AudioWiki: Leunstoelaudiofiel: een persoon met een hoog blablazeurzeur gehalte, een blokkige eigen mening, geventileerd vanuit de luie stoel, en zelden tot nooit afkomstig uit eigen praktijkervaring).

Bouw er eens eentje en laat de muziek maar spreken. Dan weet je genoeg. Het is natuurlijk een oud, uit de zogenaamde gouden tijd van de buis, en een bewezen concept. Je vindt deze Schmitt fasedraaiers in veel hedendaagse commerciële versterkers, ook de hele dure jongens.

Om vervolgens gelijk na het pro LT betoog met de mededeling te komen dat we de Long tail eens wat gaan moderniseren. Er wordt zelfs de hulp ingeroepen van, ik krijg het een beetje moeilijk uit mijn typevingers: transistoren. Zo, dat staat er…

Solid state hulpjes…

Bij MonoBill is de belangrijke ingangsbuis ontslagen en moet de fasedraaiende trap zichzelf zien te bedruipen. Dat kan puur praktisch op twee manieren: De klassieke, die je soms ook wel ziet in versterkers waar de ontwerper direct gekoppelde trapjes niet vertrouwd, of minder ideaal vind, en deze gescheiden heeft door een koppel condensator. Of met de hulp van een stroombron, gemaakt met een paar transistors. Ik geef het toe: voor de laatste wijze moet ik bij mezelf even een schakelaartje omzetten…haha… Terecht of onterecht? Dat laat ik even in het midden. In ieder geval heeft een audiovriend, zichzelf op het internet ‘Dalojan’ noemend me overtuigd dat het een prima manier is om dit klusjclip_image002e te klaren. Jan is van mijn generatie, maar is helemaal met solid state elektronica opgevoed. Inmiddels heeft de brave borst het licht van de gloeidraden eindelijk ook zien gloeien, beter laat dan nooit zullen me maar zeggen. Hij is actief met buisjes aan de slag gegaan en met fijne resultaten. Het enige waar hij nog last van heeft is het te gemakkelijk lukraak blijven rondstrooien met solid state componenten in zijn ontwerpen. Dat vertel ik hem ook regelmatig, maar gelukkig trekt ‘ie zich daar niet te veel van aan. Het bloed kruipt toch waar het niet gaan kan en de man is een techneut met goede ideeën waar ik een prima audiobuddy aan heb. En waarom het wiel opnieuw uitvinden? Jan’s stroombron is niet moeilijk te maken, is zelfs ‘hardwired’ gemakkelijk te doen. Zo heb ik het zelf gedaan, en werkt uitstekend. Een koelprofiel is overbodig, er loopt maar 15 á 20 mA door de BD179. Bij de geringe spanningval die over de de powertransistor valt wordt er nauwelijks vermogen gestookt. De ‘179’ blijft dus gewoon koud.

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

  • >