De verschillen tussen audio-condensatoren gemeten

De verschillen tussen audio-condensatoren gemeten

Het ideaal

Dit betekent dat de condensator in kwestie niet volledig voldoet aan het standaardmodel voor condensatoren (een perfecte reactantie in serie of parallel met een perfect resistief verlieselement), waardoor het signaal enigszins wordt vervormd.

Dit kan een andere verschijningsvorm zijn van diëlectrische absorptie, die specifiek is voor de meetfrequentie (of niet), maar het blijkt een zeer nuttige manier van kijken naar de optredende vervorming in de condensator. De gebruikelijke tests voor diëlectrische absorptie zijn omslachtig en moeilijk uit te voeren op de frequenties die de interesse hebben van het audiovolk, maar deze test is dat zeker niet.

Als je kijkt naar de onderstaande scope signalen, zul je zien dat ze niet echt goed overeenkomen met de eerder gemaakte ‘zeer-lage-frequentie diëlectrische-absorptiemetingen’, maar ik denk dat ze een relatie kunnen hebben met het waargenomen geluid….. en zeker in het geval van polyester (Mylar).

Ik geloof dat Bates diverse artikelen schreef over vervorming door condensatoren in de Engelse publicatie van ‘Elektronica en Wireless World’ en het zou interessant zijn om te zien of deze testresultaten daar enige gelijkenis mee vertonen.

De meetopstelling is identiek voor alle condensatoren. De brug wordt blootgesteld aan 120 Hz op ongeveer 40 VRMS, wat ongeveer 3,6 VRMS geeft over de te testen condensatorpolen. De uitgang van de brug wordt bekeken met een “hoge versterking scope plug-in set” met een resolutie van 0,5 mV.

Daarmee kunnen de plaatjes van de scope direct met elkaar worden vergeleken. Het residu voor alle geteste condensatoren was 360 Hz oftewel de 3e harmonische.

Dit is natuurlijk “de aard van het beestje”, maar het is wel een beetje tegen onze intuïtie in en nogal ongewenst.

Diverse andere condensatoren worden getest en de resultaten blijken consistent voor elk type, d.w.z. het diëlectrisch materiaal is daarbij de bepalende factor.

Condensatoren gemeten afb-2Hier is het brugresidu voor de Audience Teflon condensator

 

 

 

 

Condensatoren gemeten afb-3 Philips PolystyreenVervolgens de Philips polystyreen

 

 

 

 

Condensatoren gemeten afb-4 Panasonic MKPDe Panasonic polypropyleen (MKP):

 

 

 

 

Condensatoren gemeten afb-5 CDC silver-micaDe CDC zilver-mica:

 

 

 

 

Condensatoren gemeten afb 6 Acushnet Polyester (Mylar)En als laatste de Acushnet polyester (Mylar):

Conclusie?

Bovenstaande resultaten kunnen goed de consequente afkeer in de high-end audiogemeenschap verklaren voor polyester condensatoren. Voor de rest vraag ik me af of er een voorkeur bestaat voor een niet-nul hoeveelheid 3e harmonische vervorming en dat mogelijke “cap rolling” een poging is om een specifieke voorkeur te realiseren.

Is het mogelijk dat we aan de ene kant de uitdrukking, “hard en korrelig” kunnen gebruiken voor polyester en “zuigt het leven uit de muziek” voor polypropyleen condensatoren? Misschien ergens daartussen ligt precies de juiste hoeveelheid “scherpte” (Teflon). De ingenieur in mij wil dit alles afwijzen omdat de residuen zo klein zijn, maar als je een enorme hoeveelheid anekdotisch bewijs hebt, is het in ieder geval verstandig om er over te speculeren.

Ik denk dat dit ook in overeenstemming is met de bijna universele high-end afwijzing van versterkers die een ‘bijna nul’ harmonische output hebben, ondanks het feit dat het bijna onmogelijkheid is gebleken om verschillende versterkers te onderscheiden in dubbelblinde testen..

Peter Gelder

Peter Gelder is een enthousiast zelfbouwer van buizenversterkers. Daarnaast is hij actief in de weer met streaming audio. Het liefst in een zo hoog mogelijk resolutie.

4 thoughts on “De verschillen tussen audio-condensatoren gemeten

  • 07 juni 2017 om 10:00
    Permalink

    De stellingen zijn erg kort door de bocht. Als een goede niet tegengekoppelde buizenversterker met een goede transistor in serie geschakeld wordt zal enige niet storende vervorming van de buis hoorbaar zijn, maar het ruimtelijke beeld zal vervlakken en het geheel klinkt sterk naar de transistorversterker. Dit geeft aan dat vervormingsmetingen weinig zeggen over de hoorbare vervorming. Een keten van versterkers (phono, pre, eindversterker) zal klinken als de slechtste schakel. Zodra in een transistorset een buis geplaatst wordt geeft dat weinig, meestal niet storend, klankverschil. Zodra een transistor in een buizenset geplaatst wordt tast dat direct de diepte aan.
    Alles is te meten, als we weten wat we zoeken. Dat laatste is het probleem. Onze oren reageren blijkbaar anders dan een meetinstrument.

    Beantwoorden
  • 06 maart 2021 om 11:46
    Permalink

    Dear Dick

    In aanvulling hierop zou ik graag het volgende aan dit onderwerp willen bijdragen. Aangezien mijn gehoorvlies (trommelvlies) beschadigd is en mijn gehoor boven de 5kHz slecht is accepteer ik dat wat ik hoor anders is dan wat andere mensen horen. Wat ik hoor is voor mij de norm en daar beoordeel ik dingen op. Hetzelfde zou bijvoorbeeld gelden voor kinderen die al op jonge leeftijd een digitaal implantaat hebben gekregen.

    Dat geluid zou voor ons waarschijnlijk slecht zijn, maar voor hen is het perfect in hun subjectieve gehoor. Afgezien van de invloeden die een condensator (of een ander onderdeel) kan hebben, betekent dat voor mij dat “horen” ook afhangt van de fysieke samenstelling van het oor, dus voor een deel is de subjectieve kwaliteit datgene waaraan je gewend bent. Door te vergroten, denk ik, dat mensen denken dat horen een universele kwaliteit is die voor iedereen min of meer gelijk is.

    Ik zou bijvoorbeeld baat (kunnen) hebben bij delen die iets helderder van kwaliteit zijn, omdat dit in staat is het geluid een beetje aan te passen aan de ‘gemiddelde norm’. Als ik dat doe ervaar ik de kwaliteit inderdaad als helderder (dus meer in overeenstemming met het gemiddelde gehoor) maar ik heb ook gemerkt dat ik dat niet per se prettig vind. Dit afgezien van je zeer valide meting is ook zeer waardevol. Geluid moet dus zijn wat je mooi vindt volgens je eigen specificatie en ook daar moet rekening mee gehouden worden in het eindproduct. De fysieke kwaliteit van een onderdeel is dus belangrijk en dus ook de subjectieve ‘geluidskwaliteit’, maar ik vind ook dat je rekening moet houden met de samenstelling van je oren.

    Goedkoop kan goed zijn voor mij, terwijl u misschien meer wilt betalen voor een ander geluid. Dit maakt het bouwen van een voor jou perfecte versterker zo veel moeilijker en idealiter moet het individueel op maat gemaakt worden. DIY is voor mij in die zin dus de enige weg. In het geval van mijn problematische gehoor heeft het natuurlijk wel invloed. Boven de 4kHz ligt de accentuering van het einde en het begin van de woorden omdat je dan in zekere zin een zin in woorden kunt opsplitsen en de betekenis kunt extrapoleren. Als ik me niet concentreer op het gehoor, met uitsluiting van al het andere, wordt het gewoon een gerommel, net als telefonie moeilijker is en kantooromgeving hetzelfde is.

    Lawaai van buren is erg en vooral aan de muur gemonteerde tv’s zijn een nachtmerrie omdat de lage geluiden makkelijker doordringen en dat is wat ik het meeste hoor. TV-luister ik meestal via een koptelefoon en soms heb ik nog steeds problemen met het onderscheid. Bovendien stel je jezelf ook de vraag is jouw groen mijn groen en smaakt een curry voor mij hetzelfde als voor jou? Dit ligt dus allemaal op het terrein van de zintuiglijke wereld en hoe beoordeel je dat? Interessant dat uw tests nog ingewikkelder zijn geworden u moet nu ook nog mensen met een ‘aangepast’ gehoor erbij zoeken.

    Overigens hou ik niet van hoortoestellen, ik heb ze natuurlijk wel, mijn gehoor is dan wel aangepast in de hoge frequenties maar klinkt mij blikkerig in de oren. Dit onderstreept nog eens de subjectiviteit van zintuiglijke input en voorlopig liggen de hulpmiddelen in de kast. Stilte is ook goed!

    Beantwoorden
  • 08 maart 2021 om 12:26
    Permalink

    Beste Arnold en Karel,

    Dit artikel van Conrad Hoffman heb ik 7 jaar geleden vertaald, omdat op veel forums discussies werden uitgevochten of verschillen in condensatoren wel hoorbaar zouden zijn. Daarbij kwam het woord ‘meten’ ook meer dan eens voorbij. Grappig genoeg waren er nauwelijks artikelen geschreven over de verschillen van condensatoren en toen ik dit artikel tegen kwam, heb ik het meteen (met toestemming) vertaald en op de site laten zetten. Dat er in al die jaren maar 2 reacties zijn binnengekomen is een wonder op zich, als je de felle discussies in aanmerking neemt.

    Om terug te komen op jouw verhaal Arnold: Je hebt gelijk. Condensatoren en hun invloed op de klankkleur en definitie , zijn één van de weinige dingen waarin ik nog steeds geloof in heb na 23 jaar buizenversterkers bouwen. Voor wat het waard is: ik gebruik alleen nog maar Mundorf EVO silver/gold/oil als signaalvoerende condensatoren en voor de voeding Mundorf Mlytic HV in mijn versterkers.

    Beantwoorden
  • 26 april 2021 om 19:38
    Permalink

    een interessant artikel. Helaas voor mij half begrijpelijk. Omdat ik bezig ben met een high tech 6 snarige bas bezig ben met 2 (!) Preamps, kan ik per pick-up dmv caps ook nog de juiste x-over freq instellen. Ik had het gevoel dat de polypropyleen caps van Kemet voor mij het beste was, maar ik ga nu twijfelen. Wat belangrijk is: minste fasedraaiing, minste vervorming. enz… your thoughts please… de waarden liggen tussen de 560pf….180nf

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.