PlatenspelerProjectenRecensie

Een nieuw tussenwiel voor de Garrard 401

Een 50 jaar jonge platenspeler als mijn Garrard 401 heeft net als welk ander draaiend en bewegend apparaat op zijn tijd onderhoud nodig. Alles wat draait en beweegt slijt immers. Bij een auto is dat gewoon geaccepteerd. Bij audioapparaten denkt men al snel dat ze schier onverslijtbaar zijn. 

Veel platenspelers hebben tot voor de grote vinylrevival vaak wel 20 jaar of langer stil gestaan. En lang stilstaan doet meer kwaad dan regelmatig gebruiken. Een platenspeler die na 25 jaar stofhappen op zolder weer tot leven wordt gewekt zal niet meer de oorspronkelijke specificaties halen, bij lange na niet. Maar weet je wat zo leuk is aan mechanica? Met een vakkundige revisie kan alles weer als nieuw werken. 

Weer als nieuw?

51 jaar jong en inmiddels al weer een flinke tijd mijn vaste hoog gewaardeerde werkpaard... De 401 met GrooveMaster III en DS Audio 003 

Als je dan weet dat een werkpaard als de Garrard 301 en 401 draaitafels gemaakt zijn om 24/7 te kunnen werken bij radiostations, is zo’n apparaat in een huiskamersituatie nagenoeg onverslijtbaar. Maar dat wil niet zeggen dat er af en toe geen onderhoudsbeurtje nodig is. Het is juist dat gebrek aan onderhoud dat zorgt voor extra slijtage. 

Het enige wat nodig is om een Garrard, die net weer uit een hele lange ‘winterslaap’ is gewekt, weer gereed te maken voor de volgende vele jaren trouwe dienst is een stevige onderhoudsbeurt. Veel onderdelen voor deze populaire machines zijn gelukkig nog nieuw verkrijgbaar of worden opnieuw gemaakt. 

Met name in Engeland vind je een aantal bedrijven die kosten nog moeite sparen om de Garrard’s in topconditie te kunnen krijgen en te houden.

Wat is er nodig om de Garrard draaitafels weer in tiptip in orde te krijgen? Dat lees je onder andere in de verhalen die Marco en Jan eerder al maakten. 

Hoofdlager

Neem het hoofdlager. Daar ontkom je op een gegeven moment niet aan slijtage. Zeker niet als er verzaakt is om af en toe een druppel olie op het viltje, als dat nog intact is, te doen. Als de sinterbronzen lagerbussen drooglopen krijg je wrijving en… inderdaad, slijtage. Een kleine speling in het lager kan nog wel door de oliefilm tussen de lagerbussen en lagerpen worden opgevangen. Maar op een gegeven moment is het op.

Een Garrard lager is een bijzonder ding. Die heeft een vlakke onderkant. Tijdens het draaien is er een oliefilm tussen lagerpen en taats. Daar waar de lagerpen op rust. Zolang die oliefilm daar is, is er erg geen of nauwelijks slijtage. Gelukkig worden er weer nieuwe mooie lagers gemaakt voor de Garrard draaitafels, zoals het Peak lager in mijn 401.

Tussenwiel

Een ander heet hangijzer is en blijft de idler, het tussenwiel. Na 50 jaar is er geen enkel origineel tussenwiel meer in topvorm. Of erger: ze zijn ronduit versleten. Met als gevolg dat iedereen denkt dat een tussenwiel aangedreven draaitafel van huis uit een rumbelend apparaat is. Terwijl het tegendeel waar is!

Een nieuw uit doos Garrard was destijds een muisstille loeistrak lopende draaitafel. Maar ja, als het rubber van de idler na tientallen jaren noeste arbeid en lange stilstand uitgedroogd en verhard is, dan kun je draaien zonder bijgeluiden gerust uit je hoofd zetten.

Tussenwiel opties

Voor een nieuw Garrard tussenwiel zijn er niet zoveel opties. Het is een idler die aan beide kanten in een sinterbrons lagerbus loopt, een prachtige constructie. Dit moet binnen nauwe toleranties worden gemaakt. Veel (te veel!) nieuwe tussenwielen worden gemaakt uit een stuk aluminium waarop een ‘o-ring’ wordt gelegd. En als ik ergens slechte ervaringen mee heb… 

Oppassen!

Het gros van de tussenwielen die als vervanging van de oorspronkelijke gegalvaniseerde wielen worden aangeboden zijn echter uitgerust met een ronde, vaak aalgladde, siliconen exemplaar.

Deze o-ringen wringen als een lieve lust en binnen de kortste keren lopen deze idlers niet meer probleemloos. Ik mijd deze ondingen inmiddels als de ziekte, hoe mooi ze er vaak ook uitzien. Met het gebruik van een ronde o-ring is het kind radicaal met het badwater door de gootsteen gespoeld.

Gelukkig is het tussenwiel (van Italiaanse makelij) in mijn Garrard, dat ik al enkele jaren gebruik, uitgevoerd met een vierkante o-ring. Die zit en blijft goed opgesloten in de aluminium drager. Ook van het vermaledijde wringen heb ik nooit wat gemerkt. Nee, prima idler!

Maar...

Dan valt het oog op een 1 op 1 replica van een Garrard Idler. Gemaakt volgens de oorspronkelijke specs van de oude Garrard tussenwielen. Ofwel een ‘echte’ waar het rubber gevulkaniseerd is aangebracht op het metalen binnenwerk. 

Zoals wij dat ook bij ons Lenco tussenwiel ook zijn gaan doen na vele frustraties met slechte namaak. Het is voor ons de enige juiste wijze van een tussenwiel maken. Het probleem van het rubber vulkaniseren is dat het veel duurder is dan een simpele goedkope rubberring op een aluminium wiel leggen. 

Link het tussenwiel met o-ring dat vervangen wordt door het nieuwe op traditionele wijze gemaakte wiel..

Vulkaniseren

Voor het vulkaniseren van het rubber op de metalen drager is een kostbare mal nodig, die welleswaar vaak gebruikt kan worden, maar veel geld kost om te laten maken.

De Lenco L75/78 draaitafels zijn in enorme aantallen geproduceerd. Hiervan zijn er, dank zij de oerdegelijke bouwkwaliteit, nog heel veel overgebleven die, zo lijkt het, stuk voor stuk weer in ere worden hersteld. Dat maakte het laten maken van een dure mal voor een Lenco idler iets minder spannend. 

De markt voor idlers voor een Garrard 301 en een 401 is een stuk kleiner wat het voor ons niet rendabel leek om deze ook te gaan produceren… 

Daarom zijn we zo verrast dat het Britse Classic Turntable Company de uitdaging wel durfde aan te gaan en een mooie gevulkaniseerde idler aanbiedt, op de traditionele wijze gemaakt, speciaal voor de majestueuze Garrard 301 en 401 tafels.

Garrard 401 idler origineel

Classic Turntable Company 401 idler

Is het vervangen goed te doen?

In de basis wel. Maar er blijken toch een paar aandachtspunten te zijn. In andere woorden: het wat meer voeten in aarde dan verwacht. Het uitbouwen van de bestaande idler en de inbouw van de nieuwe is niet echt complex.

De twee boutjes die het bovenste lager op hun plek houden worden er uitgedraaid. De lagerplaat is ook nog met paspennen uitgevoerd, zodat het altijd op exact de juiste plek wordt vastgeschroefd. Hier zie je het oog voor detail. Voorzichtig wordt het lager naar boven getrokken en op een veilige plek gelegd. Nu kan het tussenwiel uit het onderste lager worden gehaald.  

De Classic Turntable Company heeft wat vet bij de (niet fraaie) verpakking gedaan om op beide lagersbussen aan te brengen. Dan wordt de nieuwe idler in de juiste positie in het lager gedrukt. Tenminste, dat is de bedoeling. De passing blijkt echter wat te strak waardoor het niet fijn soepel wil draaien. Dan moet er iets gedaan worden dat ik het liefst helemaal niet wil. Het ruimen van de sinterbrons lagertjes is overigens absoluut geen optie. 

Het tussenwiel in de Garrard 301/401heeft zowel onder als boven een lagerbus

Passend polijsten

Het tussenwiel in het onderste lager...

Dan moeten de lager asjes zelf maar worden gepolijst om op maat te worden gebracht. Eerst de ene kant in de accuboormachine. Wat polijstmiddel op een lap en draaien maar. Tussendoor schoonmaken met IPA en passen.

Dit is een tijdrovend klusje. Maar geduld is noodzaak. Als de ene as eenmaal netjes past doen we de andere kant op dezelfde wijze. De asjes zijn nu, voor zover ze dat nog niet waren natuurlijk, spekglad en draaien spelingvrij en soepel in de houder.

Vervolgens heb ik de Garrard 24 uur continu laten draaien. Jammer dat het zo moet, het moest ook niet nodig zijn. Maar ik denk graag in oplossingen en het is toch goed gekomen. Maar ideaal is het zeker niet...

... en weer met opgeschroefd bovenste lager.

Epiloog

Het was even een operatie, maar het resultaat mag er zijn. Een stille strak klinkende draaitafel, met alle voordelen van een idler drive. Nadelen? Hier kan ik kort zijn: niet één! Dat is het resultaat van alle renovaties die aan de Garrard gedaan zijn om deze weer in zijn oorspronkelijke staat te krijgen.  

Dit fraaie vinylmonster uit de gouden eeuw van de draaitafels kan er weer vele jaren tegen. Waar ik er zelf nog een mooi aantal van mee hoop te mogen maken. Want vinyl gaat niet meer weg…

Nawoord

Er zijn nog steeds mensen die menen en het daarom steeds weer luidkeels verkondigen dat een via een tussenwiel (idler) aangedreven draaitafel rumoerige rumbelende apparaten zijn. Dat is complete onzin! Puur leunstoelaudiofielengeneuzel. En al helemaal niet met zware draaitafels als de Garrard 301/401 maar ook niet met de weer erg populaire Lenco L75/ L78 is rumble zelden een issue.

Ik speel zelf ook nog regelmatig met een netjes onderhouden Dual 1229 uit 1973 (!) in mijn werkkamer die niet lijdt onder rumbleproblemen. Ook onze EMT 940 heb ik niet op problemen op dit vlak kunnen betrappen.

De rumblesprookjes komen waarschijnlijk nog uit de tijd van de kleine budgetdraaitafeltjes die in nagenoeg ieder huis te vinden waren. Toen Duitse luidsprekers 'allemaal' een badkuip frequentierespons hadden, alle Britse luidsprekers een donkerbruin ‘Engels’ geluid gaven en uit Japan alleen goedkope namaak kwam… Twee van de drie genoemde ingesleten veronderstellingen worden overigens nog steeds regelmatig geopperd… Als er eenmaal iets goed ingeroest is... of is het nog zo lang geleden…

Hoeveel mensen (van een zekere generatie) zijn er niet zoals ik, met zo’n platendraaiertje met een kristalelementje met omdraaibare naald. De arm even naar achteren trekken om het draaiplateau te starten en spelen maar. Meestal singletjes.

Ik kan niet anders zeggen dat in die vroege jaren dat mijn liefde voor muziek snel aan het ontluiken was ik ongelooflijk blij was met de Telefunken speler (door mijn pa voor maar liefst 65 gulden aangeschaft). Dit platenspelertje werd aangesloten op een grote buizenradio. Deze spelers waren zeker niet rumble arm. Maar niemand die daar om maalde… 

Mijn eerste ‘echte’ platenspeler was een met m'n krantenwijk bij elkaar gespaarde hagelnieuwe Dual 1214, inderdaad ook met een idler. Wat was ik er trots op! De Dual werd enige jaren later opgevolgd door een Lenco L78. Dan door naar een Technics SL-1500. De zo gewenste Dual 701 ging helaas behoorlijk boven mijn beschikbare budget. Om via spelers van Thorens (meerdere), Michell weer bij Lenco en (eindelijk) een Garrard 401 uit te komen.

En weet je, ik was met alle spelers die ik afgelopen halve eeuw had spinnend tevreden. De 'beste' platenspeler is die bij jezelf in op je audiorek staat. Waarop je dagelijks je favoriete muziek onder de naald te leggen. Dat mijn persoonlijke voorkeur na veel omzwervingen uiteindelijke toch bij de tussenwiel aangedreven draaitafels ligt doet daar helemaal niets aan af.

Mijn laatste twee spelers, de Lenco en de Garrard zijn grondig gerenoveerd door de vaardige handen van Marco en waren daarna even geruisarm als alle andere spelers waarmee ik mijn leven heb mogen delen.. Als een top idler speler daadwerkelijk rumble uit de luidsprekers laat horen, dan is dat een schreeuw om onderhoud.

En hier draait uiteindelijk alles om: lekker genieten van je vinyl!

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is in de eerste plaats een muziekliefhebber met een voorkeur voor de analoge weergave, zijn platenspeler, de tape en cassettedecks en (goed ontworpen) hoornluidsprekers. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media. Daarnaast schreef hij vele recensies voor de hi-fi bladen HVT en Vi-fi. Dick's adagio is: 'Een dag geen muziek is een dag niet geleefd'.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.