Yes – The Steven Wilson Remixes Vinyl Box Set

We gaan het hier over Steven Wilson​ en over ​de supergroep Yes hebben. Steven Wilson is de man die steeds meer prachtige remixen van klassieke progrock albums op zijn CV mag bijschrijven. Wilson blaast niet zelden nieuw leven in de overbekende muziek, laat de muziek beter klinken dan ooit, zonder de essentie ervan aan te tasten. ‘Steven Wilson de remixer’ is een kwaliteitsnorm op zich aan het worden. 

Steven Wilson de muzikant

Steven Wilson is een van de drukst bezette mensen in de hedendaagse progressieve muziek. Furore gemaakt met zijn bands Porcupine Tree, solo activiteiten en samenwerkingsverbanden zoals onder de Storm Corrosion en Blackfield vlag. Waar steevast ‘smans kwaliteiten buiten discussie staan.  Het harde werken heeft Steven Wilson een stevige reputatie opgeleverd. Maar wat steevast ook opvalt zijn de meestal ver bovengemiddeld goed klinkende producties van Wilson.

Dit heeft er op de één of andere manier toe geleid dat Steven Wilson steeds vaker gevraagd werd en wordt om de grote albums van  de klassieke progrock sterren opnieuw te mixen. Iedereen weet dat remixen eigenlijk niet kan, klassiekers moet je laten zoals ze zijn. Maar Steven doet zijn remixen met zoveel respect voor het origineel, dat ik alleen maar verrukt mag zijn met het eindresultaat.

​Liefhebber

Een aantal door Steve Wilson Remix albums...

E​en aantal albums waarvoor Steve Wilson de remix maakte...

Ik ben zelf een groot liefhebber geworden van de ‘Steven Wilson Remixes’, inmiddels vaak goed leesbaar op de hoezen vermeld. Of zoals zoals bij de hier besproken Yes box zelfs de titel bepaald. Ik ben ook nog niet één album tegen gekomen dat niet flink aan geluidskwaliteit gewonnen heeft. Of het nu om Jethro Tull, ELP, Gentle Giant, Marillion, King Crimson, XTC, Chicago, Steve Hackett of de hier besproken Yes albums gaat, Steven Wilson weet de oude meesterwerken nieuwe glans te geven. En erg mooi: Steven Wilson maakt zijn nieuw gemixte masters niet luider. Wilson's producties lijden niet aan het Loudness syndroom. Integendeel: de muziek klinkt weer zoals die bedoeld was, zoals we het ook gewend waren in de gouden eeuw van de LP en ook een stukje in het digitale tijdperk. Detailrijk, vloeiend, dynamisch, zo mag je Steve Wilson productie wel noemen. En het medium maakt niet uit, vinyl of digitaal. Het kan dus nog wel!

​Tull

Het is me wel duidelijk geworden waarom de grote artiesten Steven Wilson vragen voor een remix klus van hun beste albums. Luister ‘Aqualung’ van Jethro Tull eens, of pak gewoon een willekeurig ander Tull album. Ik denk dat Ian Anderson nu voor het eerst hoort hoe het album in 1971 had kunnen klinken.

Ik vermoed van met name Aqualung dat de man die de oorspronkelijke mix heeft gedaan een net iets te frequent bezoeker van de coffeeshop in de buurt van de studio moet zijn geweest. Hier kon later zelfs de meest ‘enhanced’ remaster geen echt garen van spinnen. Het eindresultaat werd nooit echt goed, totdat.... Dat varkentje is nu ook gewassen.

Re-masteren of Re-mixen?

Ja, wat is het verschil eigenlijk? ​Bij iedere zoveelste re-release van een beroemd album lees je in koeienletters: ‘Remasterd from the originele tape’. Maar waarom? Was de oorspronkelijke master soms niet goed? Was het een inferieure master? Dat gebeurde zeker in het begin van het CD tijdperk nog wel eens. Men was niet altijd even zorgvuldig met het gebruikte bronmateriaal. Veel belangrijker: als er maar 'DDD', of in ieder geval 'ADD' op de hoes stond, dan was het goed!

​De tot marketingterm verheven ‘Digital remastered’, heeft ons dikwijls wijs gemaakt dat nu toch eindelijk het ideaal bereikt was… Maar een beetje muziekliefhebber weet inmiddels wel dat een nieuwe remaster geen garantie voor een verbetering hoeft te zijn. Wat het helaas wel vaak is? Een (veel) luidere versie van het origineel, waarbij de dynamiek weer een stuk verder geknepen is. Zeker toen de verdomde ‘Loudness war’ op z’n hoogtepunt (dieptepunt) was. Luister voor de gein eens naar de verschillende versies van Dire Straits’ Love over Gold die tussen 1982 en nu zijn uitgebracht. Met iedere nieuwe release leek de muziek meer op een plat geslagen Wiener schnitzel. Of, niet te geloven zo erg: De Led Zeppelin 'Mothership' compilatie van begin deze eeuw. 

‘Oorlogsheld’

Gelukkig lijkt er nu toch langzaam maar zeker op dat de loudness war op zijn retour is. En het mag gezegd worden, mede dank zij onze landgenoot Eelco Grimm, van Grimm Audio, die zich daarvoor met hart en ziel heeft ingezet. Zijn onderzoek aan de HKU is inmiddels werelwijd bekend. Ik was bang dat de beste man als een moderne Don Quichot zijn tanden zou stukbijten op de onaantastbare windbuilen die de muziek business bestieren. ​Pratende pakken die immers zo goed weten ‘wat de mensen willen’. 

Maar nee, samen met een groeiend invloedrijk netwerk van mensen in de audio-industrie werd de strijd aangegaan. De oorlog is nog niet gewonnen maar een aantal veldslagen zijn al succesvol verlopen. Drie decennia lang heeft de drang naar maximale luidheid de kwaliteit van de inhoud van het gros van onze geluidsdragers, fysiek en virtueel, verstierd, meer dan genoeg lijkt me…

Veel geblaat, weinig wol

Het reguliere remasteren van een album is minder dan een halve dag werk. Er wordt tijdens het proces wat aan knopjes gedraaid, ook weer fysiek of virtueel, een beetje (mag ik hopen) met de equalizer gefröbeld om het geluid op te leuken en (wederom hopelijk) niet te veel met het toevoegen van extra compressie en/of limiters gespeeld.

Dat een ‘remaster’ anders klinkt dan het origineel is dus niet ze gek, dat ‘ie ook altijd echt een ‘beter geluid’ laat horen... mmm…

​Te kort doen

Ik weet dat ik met bovenstaande uitleg de echt serieuze ‘remasteraars’ als MoFi, Audio Fidelity, Esoteric, Analog Productions, Classic Recordings en noem er nog maar een paar, ernstig te kort doe. Niets dan lof voor deze vaklieden die er wel alles aan doen en doen om de eerste generatie mastertapes in handen te krijgen om daar de best klinkende uitgaves van te maken die de opnames recht doen. Ik heb er verscheidene van in mijn muziekcollectie.

Het zijn de mainstream platenmaatschappijen die er vaak gewetenloos een rommeltje van maken.

​Remixen

Dat is een totaal ander en vooral vele malen tijdrovender proces dat soms maanden of langer in beslag kan nemen. Voor de remix moeten eerst de, liefst eerste generatie, meersporen tapes worden opgespoord. Waar die zich na 40+ jaren bevinden schijnt lang niet altijd duidelijk te zijn. En hopen dat ze nog in goede staat zijn. Het voor het overzetten van de muziek is het ‘bakken van de tapes’ (jaja, in een oven!) uit met name de jaren 70 eerder schering dan inslag. Een tapemerk als het veelgebruikte Ampex is roemrucht om het loslaten van de emulsie van de tapes. Is dat het geval dan moet de tape vlak voor gebruik op een bepaalde temperatuur en tijd in een oven worden gebakken om zo de emulsie weer aan de drager hechten. Maar ja, als je weet dat magnetisme en hoge termperaturen niet elkaars beste vrienden zijn...

Days of the Future Past

De naar de mastertape gemixte sporen kunnen ook nog zomaar op verschillende tapes staan. Vergeet niet dat in de sixties en seventies de sporen nog beperkt waren. Een 16 sporen machine was begin jaren 70 een luxe die nog niet iedere studio zich kon veroorloven. Meersporen recorders werden ook aan elkaar gesynchroniseerd om zo op meer sporen te kunnen opnemen enz. Maar ja, als die tape met net die mooie koortjes er op nergens meer te vinden is…

​Zoals bijvoorbeeld gebeurd is met het maken van een nieuwe mix van het1967 Moody Blues​ 'Days of the Future Past​' album. De oude mastertape bleek op dat moment zo uitgewoond te zijn dat er niets anders opzat dan een nieuwe mix te maken voor een re-release in 1978. Een erg leuke sport om de verschillen te ontdekken overigens… 

Kort samengevat: is er sprake is van een remix, dan is er dus een compleet nieuwe master gemaakt vanaf de meersporentape(s) waarop de oorspronkelijke opnames gemaakt zijn.

​De Yes Albums

​Steve Wilson heeft de vijf albums uit de jaren seventig van deze grote band een remix gegeven. ​De digitale release bevat naast de nieuwe Wilson remix ook de oorspronkelijke mix (flat copy) plus bonusmateriaal en een 5.1 versie, ook door Steven Wilson gemaakt. Hoe compleet wil je het hebben. 

​Alle vijf vinylalbums, en dus zes schijven, eentje is een dubbelaar, zijn nu in een box verschenen die zelfs de titel 'The Steven Wilson Remixes' draagt. Deze vinyl box bevat, hoe kan het anders, alleen de stereomixen. We gaan ze een op volgorde van oorspronkelijke release af:

The Yes Album (1971)

​Yes heeft voor The Yes Album al twee minder succesvolle albums gemaakt die nu misschien ietwat gedateerd luisteren, maar verder nog weinig aan charme hebben verloren: Yes (1969) en Time and a Word (1970). Bij het derde album moet echter het een en ander veranderen. Peter Banks, gitarist van het eerste uur, met zijn mooie jazzy spel, moet plaatsmaken voor Steve Howe. Een geweldig gitarist met een prominenter geluid. Een belangrijke omslagpunt, weten we nu. 

‘The Yes Album’ slaat in als een bom bij de liefhebbers van de progressieve muziek. Het levert de groep zelfs hun eerste singlehitje op met ‘Your Move’, een edit van opener van plaatkant B: ‘I've Seen All Good People’. De groep heeft nooit de ambitie een Top 40 hit groep te zijn, het genereert wel aandacht.

​Dit ‘The Yes Album’ klinkt anno nu nog steeds energiek, fris en bovengemiddeld goed. Het album heeft al verscheidene re-masters gehad, waaronder een MoFi uitgave.

De nieuwe Steve Wilson Remix van het album klinkt niet minder dan formidabel. Het meer open geluid laat alles beter tot zijn recht komen. Een feestje!

​Fragile (1971)

Het zal een maand of acht later zijn dat het volgende album al in de winkel ligt: Fragile. De definitieve doorbraak. Maar niet zonder slag of stoot. Keyboardman van de eerste drie albums, Tony Kay mag afscheid nemen omdat hij weinig op heeft met de bij progbands snel populair geworden synthesizer, dank zij de mini van Moog: de Minimoog, een fabrikant dat daarvoor vooral bekend was van de grote modulaire synts.

Met de komst van Rick Wakeman is de echt klassieke formatie van Yes een feit. Het Moog en Mellotronspel van Wakeman blijkt van onschatbare waarde voor het geluid van Yes. Chris Squire, met zijn ook o zo herkenbare ronkende Rickenbacker bas, klasbak drummer Bill Brufford, de formidabele gitaarspeler Steve Howe en de uit duizenden herkenbare stem van Jon Anderson, samen met de opvallende Rick Wakeman… het was niet gering…

Fragile - Nieuw Roger Dean artwork


Het is te kort dag om een album te vullen met alleen groepscomposities. Daarom komt ieder lid ook met een eigen (kort) solostuk. Die later als het album samengesteld is perfecte intermezzo’s blijken te zijn tussen de langere groepsstukken als ‘Roundabout, South Side of the Sky’ en het slotstuk, het ruim 11 minuten durende majestueuze  ‘Heart of the Sunrise’. Fragile wordt een evergreen in de progwereld.  

Helaas klinkt het eindresultaat niet altijd even geweldig en zeker minder dan het voorgaande album. Het geluid heeft een zekere hardheid dat zelfs op de latere MoFi remaster niet geheel is verdwenen. De Steven Wilson Mix doet de inhoud van het album eindelijk het recht dat het verdiend. Het geluid is schoner dan ooit, zonder aan power in te boeten. De muziek bloeit er behoorlijk mee op omdat de instrumenten beter dan ooit te volgens zijn. Ik heb het origineel al bijna een halve eeuw in de platenkast, altijd zuinig behandeld, maar ik ben bang dat ‘ie niet meer onder naald gaat. Daar klinkt de nieuwe SW Remix veel te goed voor.

(Vette tip: wil je zelf eens experimenteren met de werkelijk formidabele virtuele versie van de Minimoog? Haal de app op in de Appstore. Kun je Keith Emersonnetje spelen, Georgio Meroderloopjes maken, of gewoon je eigen drones maken).

​Close to the Edge (1972)

Er gaat nog een tandje bij. Close to the Edge heeft slechts drie lange stukken waarvan de bijna 19 minuten durende titeltrack over een complete kant is uitgesmeerd. En dit hoogtepunt in de progmuziek verveelt geen seconde. Het begint en eindigt met een kabelend beekje, daartussen is het een lust voor het oor. Dit is zo’n stuk muziek die veel korter lijkt te duren dan het werkelijk is. Of de tijd versneld wordt. 

Mijn originele vinyl heeft altijd altijd een beetje moeite met het middenstuk met het kerkorgel, dat te ver in de bandverzadiging lijkt te gaan. Ook mag het geluid wat meer open zijn. De latere 24 bit/ 192 kHz HDtracks versie is wat betreft behoorlijk beter. Maar met deze nieuwe Steven Wilson Mix blijkt het nog een stuk beter te kunnen. Deze verslaat al mijn oudere versies met verve.

Close to the Edge - Nieuw Roger Dean artwork

​Het meer open geluid, de beter volgbare details, het maakt deze nieuwe release van Close to the Edge tot een mooier avontuur dan ooit. Dit is voor mij, 46 jaar na de originele release, de ultieme versie van CttE waarmee ik oud wil worden.

Tales from Topographic Oceans (1973)

​Tales from Topographic Oceans - nieuwe artwork

Door critici na de release in 1973 verguist, door mij vanaf het begin stukje bij beetje verkend en bemind en de tands des tijds ook nog feilloos doorstaan. Een dubbelalbum met slechts vier tracks. De teksten nog warriger dan voorheen, de muziek uitgesponnen maar o zo mooi.

Bill Bruford heeft inmiddels de stokjes doorgegeven aan Alan White. ​

We zijn een uur en 20 minuten verder als de naald voor de laatste keer uit de groef kan worden gelift.

Rick Wakeman verteld later dat hij de muziek van Tales, zuinig gezegd, niet geweldig vond. Maar later blijkt dat er nog meer op de achtergrond speelde...

​Opvallend genoeg is Rick's spel bij tijd en wijlen bloedjemooi. Luister eens naar het middenstuk van ‘The Remembering – High the Memory’, waar Wakeman tovert met zijn Moog en Mellotron.

​Tales from Topographic Oceans - originele hoes

Wat je aan kunt merken op dit album is het gebruik van wat veel galm in de eindmix. Ik heb me daar eigenlijk nooit echt aan gestoord, wist niet anders dan dat het er bij hoorde. Tot ik, jaja, de nieuwe mix van Steven Wilson in huis kreeg. 

Wat is dit album opgeknapt zeg! Het geluid lijkt door het fiks terugdraaien van de galmknop compacter maar ineens is daar een breed en diep podium waar alles kraakhelder is geworden. Als er ergens een teken van de tands des tijds is afgehaald is het van deze nieuwe Tales remix. 

Het origineel, dat me overigens nog steeds even dierbaar is, kan naar de opslag op de bovenverdieping… Vanaf nu gaat deze SW remix onder de naald.


​Rick Wakeman vertrekt omdat hij zich niet meer kan vinden met de aangemeten macrobiotische levensstijl van zijn Yes collega's. De flamboyante Brit wil zijn sappige steaks (en helaas ook overdadige drankgebruik) niet opofferen voor de wat zweverig geworden medemuzikanten. Rick wordt vervangen (eenmalig naar later blijkt, drie jaar later is de vrede al weer getekend) door de Zwitser Patrick Moraz, die hierna nog jaren bij de Moody Blues zal spelen als vervanger van Mike Pinder.

Relayer (1974)

​Het laatste album uit de klassieke Yes reeks is Relayer, uit 1974, het meest complexe album dat Yes zal maken. Met name het een complete plaatkant bestrijkende ‘The Gates of Delirium’ vliegt halverwege behoorlijk uit de bocht om plots over te gaan in het engelachtige oorstrelende slot, dat onder de titel‘Soon’ zelfs nog (ingekort tot 3 minuten) op single is uitgebracht.

Ik had na de aanschaf behoorlijk tijd nodig om de muziek te laten indalen en moest voldoende moed verzamelen om dit album op de draaitafel te leggen. Ik moest er echt zin voor maken.

Na een aantal keren luisteren begint veel op zijn plek te vallen en ontdek ik de achterliggende gedachte steeds beter. Kant 2 is gemakkelijker te behappen. ‘Sound Chaser’ en ‘To Be Over’ blijken na enkele draaibeurten beter (in ieder geval sneller) te beklijven dan de A-kant.

​De remix geeft gelukkig de nodige openheid. Het trekt het geluidsbeeld beter uit elkaar, zeker als de sluizen op kant-A open gaan, zodat het nooit in een niet door te komen brij veranderd. Dat luistert toch een stuk beter. Sterker nog: het lijkt wel of ik Relayer nu pas echt ga waarderen...

Het is echter niet het album voor de novice om met de muziek van Yes kennis te gaan maken…

​Epiloog

De Yes Box ‘The Steven Wilson Remixes’, waarin de vijf bepalende albums uit de eerste helft van de jaren zeventig van deze fameuze band zijn verzameld is een waardevolle aanvulling in mijn platenkast. De nieuwe mixen zijn zo goed dat ze voor mij de ultieme versie van de albums die ik al zo lang zo goed ken zijn. Voor een Yes fan het mooiste cadeau dat hij zichzelf kan geven. En dat heb ik dus gedaan…

Dick van de Merwe

Dick van de Merwe is een echte buizenveteraan. Zijn Triodedick zelfbouw projecten worden wereldwijd door hobbyisten gebouwd. Reeds vanaf 1997 deelt hij zijn kennis via geschreven en on-line media.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *